Werkneemsters die na hun bevalling borstvoedingspauzes wensen op te nemen, hadden hier tot voor kort een medisch getuigschrift of een attest van Kind & Gezin voor nodig. Voortaan hebben zij ook een nieuwe bewijsmogelijkheid via de vroedvrouw.
Wat zijn borstvoedingspauzes?
Werkneemsters die recent bevallen zijn, kunnen tot negen maanden na de geboorte het werk op regelmatige tijdstippen onderbreken om hun kind borstvoeding te geven of melk af te kolven.
Een borstvoedingspauze duurt 30 minuten. Werkneemsters die minstens 4 uur per dag werken, hebben recht op één pauze. Op dagen waarop de werkneemster minstens 7,5 uur werkt, mag zij twee van dergelijke pauzes nemen, aaneensluitend of gespreid. Wanneer de pauzes worden opgenomen wordt bepaald in onderling akkoord tussen werkgever en werkneemster.
Aanvraag
Een werkneemster die borstvoedingspauzes wenst op te nemen, moet haar werkgever daar twee maanden op voorhand, per aangetekend schrijven of door overhandiging van een brief, van op de hoogte brengen. In onderling akkoord kan deze termijn wel worden ingekort.
Attest
Bij aanvang van de periode bezorgt de werkneemster haar werkgever vervolgens een bewijs van borstvoeding. Dat bewijs kon tot voor kort enkel worden afgeleverd door een arts of door een consultatiebureau voor zuigelingen (Kind en Gezin of ONE).
Voortaan mag dus ook een erkende vroedvrouw zo’n attest afleveren.
Gedurende de volledige periode waarin borstvoedingspauzes worden opgenomen, moet de werkneemster maandelijks een nieuw attest aan de werkgever bezorgen.
Uitkering mutualiteit
Borstvoedingspauzes tellen mee als arbeidstijd, maar worden niet betaald door de werkgever. De werkneemster ontvangt hiervoor een uitkering van de mutualiteit die 82% bedraagt van het (niet-begrensde) brutoloon.
Om de uitkering aan te vragen moet de werkneemster elke maand een formulier indienen bij haar mutualiteit waarop het aantal opgenomen uren borstvoedingspauze zijn ingevuld. Het formulier moet zowel door de werkneemster als door de werkgever worden ingevuld.
Ontslagbescherming
Een werkneemster die borstvoedingspauzes opneemt is beschermd tegen ontslag. Zoals in de meeste gevallen gaat het om een relatieve ontslagbescherming. Dat wil zeggen dat de werkgever de werkneemster wel nog kan ontslaan, maar enkel om redenen die niets te maken hebben met de borstvoedingspauzes. Kan de werkgever dit niet bewijzen, dan betaalt hij een forfaitaire vergoeding van 6 maanden brutoloon bovenop de normale verbrekingsvergoeding.
De ontslagbescherming begint bij de kennisgeving van de werkgever en eindigt één maand na de dag volgend op de dag waarop het laatste attest verstreken is.