Aan het geboorteverlof is tijdens de voorbije jaren heel wat gesleuteld. In de eerste plaats de naam. Wellicht kent u deze afwezigheid nog onder de naam “vaderschapsverlof”. Ook de duur van het verlof werd al enkele keren verlengd. Alle spelregels op een rijtje.
Voor wie?
In de eerste plaats geldt het geboorteverlof voor de werknemer of werkneemster die een wettelijke afstammingsband heeft met het kind. Met andere woorden de (juridische) vader of meemoeder.
Is die er niet, dan kan het geboorteverlof worden opgenomen door de meeouder die aan één van volgende voorwaarden voldoen:
-
gehuwd zijn of wettelijk samenwonend met de moeder;
-
sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte “op permanente en affectieve wijze” samenwonen met de moeder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, zonder een bloedverwant in rechte lijn, broer of zus te zijn.
Let wel, slechts één werknemer geniet het recht op geboorteverlof, waarbij de ouder met een wettelijke afstammingsband steeds voorrang heeft op de andere meeouder.
Duur
Het aantal dagen geboorteverlof is tijdens de afgelopen jaren in meerdere stappen verhoogd van 10 over 15 naar 20 (sinds 2023). De werknemer mag deze dagen, hetzij afzonderlijk, hetzij gegroepeerd, opnemen binnen de vier maanden vanaf de dag van de geboorte. Voor deeltijders wordt dit aantal niet geproratiseerd, ook zij hebben dus recht op 20 dagen. Ook in het geval van een meerling blijft het recht beperkt tot 20 dagen. De werknemer is niet verplicht om het geboorteverlof (helemaal) op te nemen.
Voorafgaandelijke verwittiging
De werknemer die geboorteverlof wenst op te nemen dient zijn werkgever hiervan uiterlijk voor aanvang van zijn dagtaak te verwittigen. Dat verwittigen kan in principe mondeling. Een akkoord van de werkgever is niet vereist.
Het loon
Voor de eerste drie dagen geboorteverlof behoudt de werknemer zijn normale loon.
Voor de volgende 17 dagen ontvangt de werknemer een uitkering van de mutualiteit. De werknemer zal hiervoor een aanvraag moeten indienen bij zijn ziekenfonds. De uitkering bedraagt 82% van het begrensde brutoloon. Hierop wordt 11,11% bedrijfsvoorheffing ingehouden.
Ontslagbescherming
Sinds 2011 genieten werknemers die geboorteverlof opnemen ontslagbescherming. De beschermingsperiode gaat in op het ogenblik van de kennisgeving van het nemen van geboorteverlof aan de werkgever (en uiterlijk op de eerste dag van het geboorteverlof) en eindigt vijf maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Zoals in de meeste gevallen gaat het om een relatieve bescherming. De werkgever mag de werknemer wel nog steeds ontslaan om redenen die vreemd zijn aan het geboorteverlof, maar zal dit wel (dubbel zo hard) moeten kunnen aantonen. Bij niet-naleving van de ontslagbescherming betaalt de werkgever een vergoeding van zes maanden loon bovenop de eventuele verbrekingsvergoeding.
Zelfstandigen
Ook zelfstandigen die vader of meeouder zijn geworden, hebben recht op geboorteverlof. Ook hier gaat het om 20 dagen of – anders dan bij werknemers – 40 halve dagen, op te nemen binnen de vier maanden na de geboorte. In dit geval wordt het geboorteverlof volledig uitbetaald door het sociaal verzekeringsfonds.