1 op 5 werknemers in langdurige arbeidsongeschiktheid was in januari 2025 deeltijds terug aan het werk, vaak met blijvend resultaat. Dat blijkt uit cijfers van CM Gezondheidsfonds. Dat betekent een stijging van liefst 45 procent tegenover januari 2020.
België telt meer dan een half miljoen langdurig zieken. Dat zijn zowel werknemers, ambtenaren, zelfstandigen als werklozen die meer dan een jaar thuiszitten met een erkende arbeidsongeschiktheid. Hun aantal stijgt jaar na jaar. Tijdens de voorbije tien jaar met meer dan 30 procent. Vooral het aantal mentale klachten neemt toe. In totaal kosten zij de federale overheid 9 miljard euro per jaar. In het Regeerakkoord worden dan ook heel wat maatregelen aangekondigd om dit probleem aan te pakken.
Toch klinken er af en toe ook positieve geluiden. Zo meldt CM dat in januari 2025 van bijna 1 op 5 van haar langdurig zieke leden de gezondheidstoestand zodanig gunstig geëvolueerd was dat zij het werk deeltijds konden hervatten. Vergeleken met vijf jaar geleden is dat een stijging van 45 procent. Het gaat daarbij vooral om vrouwen tussen de 40 en 49 jaar.
Uit diezelfde cijfers blijkt dat 9 van de 10 mensen die deeltijds aan het werk zijn en ook een ziekte-uitkering ontvangen, binnen de twee jaar weer volledig terug aan het werk zijn. In 6 op de 10 gevallen zelf binnen de zes maanden.
Het systeem waarin langdurig zieke werknemers het werk deeltijds kunnen hervatten alvorens weer voltijds aan de slag te gaan, heet “progressieve werkhervatting”. De werknemer heeft hiervoor steeds de toestemming nodig van de adviserend arts van de mutualiteit, maar ook van de werkgever. Die hoeft niet per se in te stemmen met de progressieve werkhervatting noch met de uren die de adviserend arts voorstelt. Soms houdt progressieve werkhervatting ook een aanpassing van het werk of de werkomstandigheden in, wat voor een werkgever niet altijd eenvoudig en vaak zelfs niet mogelijk is. Volgens een bevraging van CM bij haar leden, kon bij 27 procent van haar langdurig zieke leden die het werk wilden hervatten niet worden ingegaan op de gevraagde aanpassingen.
De minimale werkhervatting bedraagt in principe minstens één derde van het normale aantal uren in diezelfde functie. De werkgever betaalt in dit geval enkel loon voor de gewerkte dagen, voor de andere dagen past de mutualiteit bij. Bij een werkhervatting van maximaal 20 procent van een voltijdse job, behoudt de werknemer zijn volledige uitkering, naarmate het aantal uren werkhervatting stijgt, daalt daarna ook de uitkering. Voor een zelfstandige daalt de uitkering pas vanaf de zevende maand.
Valt de werknemer tijdens de progressieve werkhervatting opnieuw volledig uit, dan ontvangt de werknemer tijdens de eerste 20 weken na de hervatting opnieuw een volledige ziekte-uitkering van de mutualiteit, ook als het om een nieuwe arbeidsongeschiktheid gaat. Enkel bij een herval na die eerste 20 weken zal de werkgever opnieuw gewaarborgd loon moeten betalen.
“Het vergt een inspanning voor een bedrijf of organisatie om te kijken hoe je iemand die niet meteen fulltime weer aan de slag kan, in kan passen in een planning en een workflow”, besluit Luc Van Gorp, voorzitter van de CM. “Maar we pleiten ervoor om zoveel mogelijk te kijken naar wat iemand wél nog kan, dan naar wat niét meer mogelijk is. Werken geeft voor heel wat mensen zin en is een belangrijke stap in herstel. Dat mogelijk maken, is een werk van de hele samenleving”.