Het Regeerakkoord wil flexi-jobs uitbreiden naar elke sector die dat wil. Wat oorspronkelijk begon als een maatregel voor de horeca zou zo wel eens ten onder kunnen gaan aan zijn eigen succes. Minister van Begroting Vincent van Peteghem is in elk geval een koele minnaar van het systeem. Moeten we vrezen voor het einde van de flexi-job?
Voor het ontstaan van de flexi-job moeten we terug naar 2015. Toen werd dit nieuwe statuut ingevoerd als een van de maatregelen als compensatie voor de verplichte invoering van de geregistreerde kassa. Enkele jaren later werden flexi’s ook in de kleinhandel toegelaten. In 2023 volgden de sectoren sport, bioskopen, vermakelijkheidsbedrijf, gezondheidszorg. Vanaf 2024 werden steeds meer sectoren toegevoegd, wat gepaard ging met een wijziging en verstrenging van de gebruiksvoorwaarden. En als het van de nieuwe regering afhangt, wordt het systeem binnenkort voor elke sector opengesteld die er gebruik van wenst te maken.
Net daar zit het probleem. Volgens minister Van Peteghem (cd&v) in De Morgen komt op deze manier onze sociale bescherming in de problemen. Op dezelfde manier vindt hij ook de versoepelingen van studentenarbeid van de voorbije jaren te vergaand. In beide systemen betaalt de werknemer namelijk geen belastingen en worden slechts beperkte sociale bijdragen aangerekend.
Denktank Minerva, nog steeds volgens De Morgen, becijferde dat de sociale zekerheid op die manier in 2024 664 miljoen euro misliep. 558 miljoen door de studentenjobs, en 76 miljoen euro door flexi-jobs. Door alle versoepelingen van beide systemen lopen die bedragen elk jaar op.
Critici plaatsen meerdere kanttekeningen bij deze redenering. Op de totale pot van de sociale zekerheid, 150 miljard euro, stelt dit cijfer niet zo veel voor. Op het totale begrotingstekort van 39 miljard euro al helemaal niet. Bovendien gaat de berekening ervan uit dat de huidige flexi- en studentenuren integraal zouden vervangen worden door gewone werkuren, wat zo goed als zeker nooit het geval zal zijn.
Van Peteghem ziet zijn mening alvast gesterkt door het ABVV dat flexi-jobs en studenten altijd al een bedreiging heeft gevonden voor vaste jobs, eerder dan een aanvulling.
Bij Horeca Vlaanderen is men er in elk geval niet gerust op. Matthias Decaluwé, CEO van Horeca Vlaanderen, verwerpt stellig de redenering dat flexi-jobs de vaste jobs zouden verdringen. Slechts 9,2 procent van alle gepresteerde uren in de horeca vorig jaar kwam van flexi-jobs. Het jaar daarvoor zat men aan 9 procent. “De hoofdmoot blijft de voltijdse en deeltijdse tewerkstelling”, verklaart hij aan De Morgen. “Als je morgen die flexi-jobs weghaalt of minder interessant maakt, dan hebben wij echt een probleem om mensen te vinden op piekmomenten, die kan je niet alleen opvangen met je vast personeel. Dat zijn mensen die komen werken wanneer anderen genieten: het moet wel interessant genoeg zijn voor hen om dan te werken.”
Op nieuws over de wijzigingen aan het statuut die in het Regeerakkoord werden voorgesteld, blijft het voorlopig wachten.