Horeca is mijn passie - RSS http://www.horecaismijnpassie.be Tue, 11 May 2021 12:00:00 GMT skinn cms Horeca is mijn passie - Tom De Pauw nl <![CDATA[Binnenhoreca terug open vanaf 9 juni]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/binnenhoreca-terug-open-vanaf-9-juni Tue, 11 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/binnenhoreca-terug-open-vanaf-9-juni Het Overlegcomité nam vanmiddag een aantal beslissingen over een afbouwplan van de coronaregels. De binnenhoreca zou – als alles goed gaat  op 9 juni terug open mogen.

Als alles gaat zoals gepland en gehoopt, zullen restaurants en cafés vanaf 9 juni ook binnen weer klanten mogen ontvangen. Dat zou mogen van 8 uur ’s morgens tot 22 uur ’s avonds. Net als op het terras mogen er ook maximaal vier personen aan een tafeltje zitten. Over de concrete voorwaarden wordt nog onderhandeld.
Terrassen zouden vanaf die datum tot 23u30 mogen open blijven.

Feestzalen, bowlings, theaters, kermissen e.d. mogen vanaf 9 juni onder voorwaarden weer open. Zo zouden in feestzalen maximaal 50 mensen aanwezig mogen zijn. Op evenementen mogen maximaal 200 mensen samenkomen en de zaal mag nooit voor meer dan 75% bezet zijn. In openlucht gaat het om 400 mensen. Zowel binnen als buiten geldt mondmaskerplicht. Vanaf juli zou dit aantal al kunnen stijgen tot 100 personen voor feesten en naar 2.500 voor evenementen  buiten en 2.000 binnen met een maximale bezettingsgraad van 80%. Vanaf augustus wordt gemikt op 250 aanwezigen op feesten en recepties, 3.000 mensen op binnen- en 5.000 op buitenevenementen.

Bij binnenevenementen en -horeca zullen de uitbaters co2-meters moeten ophangen en mag de maximale co2-waarde 900 ppm bedragen.

Aan deze versoepeling zijn wel nog enkele voorwaarden gekoppeld. Zo moet het aantal corona-patiënten op intensive care onder de 500 zakken en hangt veel ook af van de vaccinatiegraad.

Vanaf juli zou reizen binnen Europa ook mogelijk moeten worden met een Europees Vaccinatiecertificaat.]]>
<![CDATA[Corona-premie voor horecazaken met vestiging in Waals Gewest]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/corona-premie-voor-horecazaken-met-vestiging-in-waals-gewest Tue, 11 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/corona-premie-voor-horecazaken-met-vestiging-in-waals-gewest Horecazaken in Wallonië die in maart en april verplicht gesloten waren kunnen een eenmalige vergoeding aanvragen bij het Waalse Gewest. De grootte van de vergoeding hangt af van uw personeelsbestand. Aanvragen kan tot 6 juni.

Welke ondernemingen komen in aanmerking?
U diende vóór 5 maart 2021 een vestigingseenheid te hebben in het Waalse Gewest met een activiteit die valt onder één van volgende sectoren of deelsectoren:
• NACE-BEL-code 56.101 - Eetgelegenheden met volledige bediening;
• NACE-BEL-code 56.102 - Eetgelegenheden met beperkte bediening;
• NACE-BEL-code 56.210 - Catering;
• NACE-BEL-code 56.301 - Cafés en bars;
• NACE-BEL-code 56.302 - Discotheken, dancings en dergelijke;
• NACE-BEL-code 56.309 - Andere drinkgelegenheden

De premie wordt enkel toegekend aan zeer kleine, kleine of middelgrote ondernemingen en aan natuurlijke personen die een activiteit in hoofd- of bijberoep uitoefenen.
Voorwaarde is wel dat het bedrijf in 2021 geen dividenden uitkeert.

Hoeveel bedraagt de premie?
Het bedrag van deze eenmalige premie hangt af van het gemiddeld aantal werknemers dat in 2019 tewerkgesteld was met een arbeidsovereenkomst in alle bedrijfszetels op basis van de DmfA voor de vier kwartalen van 2019 (”het personeelsbestand”). Is de onderneming pas in 2020 opgericht, dan wordt het personeelsbestand berekend op basis van het gemiddeld aantal werknemers in 2020.

• 4.000 EUR indien het personeelsbestand 0 is;
• 6.500 EUR indien het personeelsbestand hoger is dan 0 en lager dan 5 is;
• 9.500 EUR indien het personeelsbestand minstens 5 en lager dan 10 is;
• 12.000 EUR indien het personeelsbestand minstens 10 bedraagt.

Hoe vraagt u de premie aan?
U kan de premie tot 6 juni 2021 online aanvragen via de website van het Waalse Gewest. ]]>
<![CDATA[Brusselse TETRA-premie voor re-ca, toerisme en discotheken]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/brusselse-tetra-premie-voor-re-ca-toerisme-en-discotheken Tue, 11 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/brusselse-tetra-premie-voor-re-ca-toerisme-en-discotheken De Brusselse regering stelt opnieuw een aantal premies ter beschikking voor de zwaar getroffen sectoren, de zogenaamde “Tetra-premie”. Zo is er een Tetra-premie voor discotheken, een Tetra-premie voor restaurants, cafés en sommige leveranciers en een Tetra-premie voor events, cultuur, toerisme en sport. 

Voor alle premies gelden een aantal algemene voorwaarden. Zo dient de onderneming op 31 december 2020 ingeschreven te zijn in de KBO; moet er minstens één vestigingseenheid zijn op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op diezelfde datum; komt de onderneming niet in aanmerking voor de BTW-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen; worden de jaarrekeningen en de sociale balans neergelegd bij de Nationale Bank en had de onderneming in 2019 een omzet van minstens
  • 25.000 euro (bij 1 vestigingseenheid)
  • 35.000 euro (bij 2 vestigingseenheden)
  • 45.000 euro (bij 3 vestigingseenheden)
  • 55.000 euro (bij 4 vestigingseenheden)
  • 65.000 euro (bij 5 of meer vestigingseenheden)

Tetra-premie restaurants en cafés
Deze premie geldt voor restaurants en cafés (volgens NACE-code) en sommige van hun leveranciers.

Er moet een omzetverlies zijn van minstens 40% geleden tussen het vierde kwartaal van 2020 en het vierde kwartaal van 2019. Indien kassaplichtig moet de vestigingseenheid gebruik maken van een GKS.

Het bedrag van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal voltijds equivalenten en het omzetverlies op ondernemingsniveau, maar kan nooit groter zijn dan het werkelijke omzetverlies. Het bedrag zal ook worden afgetopt op basis van het bedrag van de de-minimissteun die in het lopende en de twee voorgaande boekjaren is ontvangen.

GeM.#VTE Omzetverlies >40<60% Omzetverlies >60%
0<5   7.500 euro  10.500 euro
5<10   13.500 euro  16.500 euro
>10  30.000 euro  54.000 euro

Voor de ondernemingen die tussen 1 oktober 2019 en 31 december 2019 zijn ingeschreven bij de KBO: ofwel toont u een omzetverlies van 40% of meer aan en wordt bovenstaande tabel gevolgd; ofwel toont u geen omzetverlies van ten minste 40% aan en heeft u recht op een forfaitaire premie van € 6.000 per Brusselse vestigingseenheid.
Voor de ondernemingen die vanaf 1 januari 2020 zijn ingeschreven bij de KBO is er een forfaitaire premie van € 6.000 per Brusselse vestigingseenheid voorzien.

De premie aanvragen kan tot uiterlijk 19 mei 2021 via dit online formulier.


Tetra-premie voor discotheken
Deze premie geldt voor wie uiterlijk op 31 december 2020 met de Nace Code 56.302 (Discotheken, dancings en dergelijke) ingeschreven is in de KBO en over een milieuvergunning of een milieuverklaring voor de activiteit van discotheek beschikt. Alle andere voorwaarden zijn dezelfde als hierboven.

De tegemoetkoming voor discotheken bedraagt:
GeM.#VTE  Omzetverlies >40<60%   Omzetverlies >60%
0<5    75.000 euro   81.250 euro
5<10   87.500 euro  100.000 euro
>10  112.500 euro  125.000 euro


Tetra-premie voor evenementen, cultuur, toerisme en sport
Deze premie geldt voor ondernemingen die behoren tot de Nace Codes die u kan terugvinden op de website van economie.werk.brussels. 
De onderneming heeft een omzetverlies van ten minste 40% geleden tussen de kwartalen 2, 3 en 4 van 2020 en de kwartalen 2, 3 en 4 van 2019 (op basis van de gegevens die de onderneming voor btw-doeleinden heeft aangegeven en waarvan de FOD Financiën uiterlijk op 19 april 2021 de ontvangst heeft bevestigd).

De tegemoetkoming bedraagt:
GeM.#VTE Omzetverlies >40<60% Omzetverlies >60%
0<5   6.250 euro  8.750 euro
5<10 11.250 euro  13.750 euro
>10 25.000 euro  45.000 euro


Meer informatie vindt u terug op de website van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest.
]]>
<![CDATA[De feestdag van 13 mei]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-feestdag-van-13-mei Tue, 11 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-feestdag-van-13-mei In mei vallen er drie feestdagen. Op 1 mei was u wellicht nog gesloten, op 13 en 24 mei misschien niet meer. Of u moest niet over een rendabel terras beschikken. Er zijn dus heel wat scenario’s mogelijk wat de betaling van deze feestdagen betreft.

U bent open op 13 mei en uw werknemer is aan het werk.
Dit is op zich de meest eenvoudige situatie. Werknemers in de horeca die werken op een feestdag ontvangen een toeslag van 2 euro bovenop elk gewerkt uur. De maximale toeslag wordt wel begrensd tot 12 euro per dag. Het is dus goedkoper om één werknemer acht uur te laten werken (toeslag van 12 euro), dan twee werknemers vier uur (2 keer 8 euro toeslag).
De werknemer zal zijn feestdag vervolgens op een ander moment moeten opnemen. Het gaat hier om een betaalde dag afwezigheid die in de plaats komt van een gewone werkdag of een werkloosheidsdag. Het recupereren van feestdagen wordt wel eens vergeten.

U bent open op 13 mei en uw werknemer werkt niet.
Bent u open op 13 mei, maar werkt een bepaalde werknemer die dag niet, dan neemt die m.a.w. zijn feestdag op dat moment op. Wie die feestdag betaalt hangt af van de prestaties van die werkgever tijdens de 14 dagen die aan de feestdag voorafgaan. Vallen er voor deze werknemer enkel dagen tijdelijke werkloosheid in deze periode, dan is de feestdag ten laste van de RVA en geeft u ook gewoon een werkloosheidsdag door aan uw sociaal bureau. Viel er binnen die 14 dagen echter minstens één gewerkte dag, vakantie, ziekte,… dan betaalt de werkgever de feestdag.

U bent niet open op 13 mei.
Ook als u niet open bent op de feestdag zal u per werknemer moeten nagaan of er al dan niet andere dagen dan tijdelijke werkloosheid vielen binnen de 14 dagen voorafgaand aan de feestdag. Dat zal ook hier bepalen wie de feestdag moet betalen, u of de RVA.]]>
<![CDATA[Wat mag u zeker niet vergeten bij de heropstart?]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/wat-mag-u-zeker-niet-vergeten-bij-de-heropstart Thu, 06 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/wat-mag-u-zeker-niet-vergeten-bij-de-heropstart U bent er al een tijdje niet meer mee bezig geweest, een kleine heropfrissing lijkt dus wel op zijn plaats. Wat moet u zeker nog even nakijken voor u heropstart?

In de eerste plaats zijn er de documenten die u bij elke sociale inspectie moet kunnen voorleggen:

  • het arbeidsreglement
  • de essentiële contracten en bijlagen (deeltijdse arbeidsovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur, studentenovereenkomsten)
  • de raamovereenkomsten voor uw flexi-jobbers

Meestal houdt u deze gegevens bij in kaft. Controleer of de inhoud nog steeds up to date is of vul aan. Sinds enkele jaren mag u deze gegevens ook digitaal ter beschikking stellen, bijvoorbeeld via Dropbox of Google Docx. Dit verkleint alvast het risico op verlies.

Waar moet u zeker nog aan denken?

  • Hebt u contracten van bepaalde duur die binnenkort aflopen of reeds afgelopen zijn, zorg dan tijdig voor een verlenging.
  • Vergeet de dimona’s niet voor deze contracten van bepaalde duur, uw nieuwe werknemers en voor uw studenten, flexi’s, extra’s. Een vergeten of laattijdige dimona staat meteen garant voor een fikse boete.
  • Hebt u nieuwe uurroosters opgemaakt voor de heropening, al is het maar tijdelijk, vergeet deze dan niet als bijlage bij uw arbeidsreglement te voegen.
  • Zijn alle uurroosters duidelijk en traceerbaar gecommuniceerd naar uw werknemers? Het zou kunnen dat bepaalde werknemers na al die tijd niet meer komen opdagen. Om op een correcte manier een einde te kunnen stellen aan hun contract, is het belangrijk om te kunnen aantonen dat ze hun uurrooster hebben ontvangen.
  • Gaat u meteen netto overuren moeten inzetten voor uw voltijders, denk dan aan de bijlage vrijwillige overuren.
  • Hebt u alle wijzigingen doorgegeven aan uw dossierbeheerder? Denk aan adreswijzigingen, wijzigingen in de gezinssituatie, functie of loon. Om een correcte loonbrief te kunnen afleveren moet uw sociaal bureau over de juiste gegevens beschikken. Hiervoor heeft u nog tot het einde van de maand.

Om 100% in regel te zijn dienen ook de volgende documenten aanwezig te zijn op de plaats waar uw arbeidsreglement te beschikking ligt van uw werknemers:

  • Trillium. Dit overzicht met de RSZ-kortingen van het voorbije jaar ontving u in februari in uw eBox of per post van de RSZ.
  • Sociale balans. Dit document ontving u in maart van uw sociaal bureau. Het bevat een aantal statistische gegevens over uw personeelsbestand waarop u zelf nog een aantal zaken zoals opleidingsgegevens moet aanvullen. Het document moet neergelegd worden bij de nationale bank.
  • Jaarverslag interne dienst. Dit document bevat o.a. gegevens over de arbeidsongevallen van het voorbije jaar, maar ook een risico-analyse over veiligheid en gezondheid en de maatregelen die daarvoor worden genomen, bijvoorbeeld in tijden van corona.
]]>
<![CDATA[De heropstart en tijdelijke werkloosheid, enkele vaak gestelde vragen]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-heropstart-en-tijdelijke-werkloosheid-enkele-vaak-gestelde-vragen Thu, 06 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-heropstart-en-tijdelijke-werkloosheid-enkele-vaak-gestelde-vragen Kan u uw werknemers nog steeds op werkloosheid blijven zetten hoewel u opnieuw opengaat? Hoe beslist u wie u weer aan het werk zet? Hoe snel kan u hierbij schakelen? Wat met iemand die weigert te beginnen? Mag u al studenten en flexi’s inzetten? Er zijn heel wat vragen denkbaar nu de heropstart concreet wordt. Wij proberen alvast de belangrijkste voor u te beantwoorden.

Blijft tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ook na 8 mei mogelijk?
De vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid door overmacht blijft voorlopig van kracht tot en met 30 juni. Het blijft dus mogelijk om werknemers volledig of gedeeltelijk op werkloosheid te laten. Bijvoorbeeld omdat u voorlopig uw openingstijden of uw aanbod beperkt of misschien zelfs nog een tijdje volledig dicht blijft omdat u geen terras hebt, omdat uw terras niet rendabel is of omwille van het slechte weer. Let wel, tijdelijke werkloosheid kan enkel voor volledige dagen, u kan dus geen werknemers voor een halve dag in werkloosheid zetten.

Wat na 30 juni?
Wordt de vereenvoudigde procedure zoals we die al meer dan een jaar kennen, niet verlengd, dan kan u na 30 juni nog steeds terugvallen op het klassieke systeem van de economische werkloosheid. Die is iets omslachtiger, zeker voor bedienden, en ook de uitkering voor de werknemer ligt lager.

Kan u zelf beslissen welke werknemers u als eerste opnieuw aan het werk zet?
Ja, dat beslist u volledig zelf, zolang u daarbij niet discrimineert naar bijvoorbeeld leeftijd, geslacht of het al dan niet reeds gevaccineerd zijn. De wetgeving voorziet geen procedure of mogelijkheden voor de werknemer om zich tegen deze beslissing te verzetten.

Hoe roept u werknemers weer op?
Ook hiervoor bestaan er geen regels. Werknemers in tijdelijke werkloosheid blijven ter beschikking staan van de werkgever. U kan ze dus in principe à la minute opnieuw oproepen zodra u ze nodig hebt. Als plots de zon doorbreekt bijvoorbeeld. Maak hierover best duidelijke afspraken met uw personeel. Denk bijvoorbeeld aan een beurtrol of spreek een uur af voor hetwelke u zeker iets zal laten weten. Zorg er in elk geval voor dat uw uitnodiging om opnieuw te komen werken duidelijk, ondubbelzinnig en traceerbaar is (whatsapp, mail, sms, aapi...).

Mag een werknemer weigeren om terug aan het werk te gaan?
Neen, werknemers kunnen zich niet verzetten tegen uw beslissing om hen opnieuw aan het werk te zetten, ook al is dat voorlopig misschien maar halftijds of al is het een last minute beslissing. Komt de werknemer toch niet opdagen, dan is hij ongewettigd afwezig en kan hij ook geen aanspraak maken op een RVA-uitkering voor die dag(en).

Mag u het werk van de werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld ingevolge corona laten uitvoeren door andere werknemers?
Onder andere werknemers wordt verstaan: uitzendkrachten, studenten, flexi-jobbers, extra’s. Het betreft dus werknemers die niet vast in dienst zijn van de onderneming. Wanneer u de vaste werknemers tijdelijk werkloos stelt, mag u het werk dat normaal door hen wordt verricht (en dat moet u best ruim bekijken), niet uitbesteden aan die andere werknemers.
Van dat principe kan worden afgeweken:
  • wanneer de werknemer tijdelijk werkloos wordt door een reden die volledig eigen is aan de werknemer. Bijvoorbeeld wanneer hij zich niet naar het werk kan begeven omwille van medische redenen (hij is zelf besmet, hij woont samen met een besmet persoon, hij is een risicopatiënt)
  • wanneer tijdelijke werkloosheid wordt ingevoerd in één bepaalde afdeling en de werknemers van andere afdelingen het werk in die afdeling redelijkerwijze niet kunnen uitoefenen.

Ter vervanging van een zieke werknemer of een werknemer in vakantie kan het wel, omdat u in dat geval geen werknemer in werkloosheid vervangt.
Er zijn natuurlijk heel wat grijze zones denkbaar, waarbij het gezond verstand moet zegevieren. Het kan in elk geval niet de bedoeling zijn om vaste werknemers op werkloosheid te zetten terwijl u hen vervangt door goedkopere werknemers die niet tot uw vast personeel behoren. De RVA voert hier al een tijdje controles op uit.

Mogen er netto overuren gepresteerd worden terwijl er andere werknemers op tijdelijke werkloosheid staan?
Ook hier geldt dezelfde waardemeter. Het kan niet de bedoeling zijn om sommige werknemers op werkloosheid te zetten zodat anderen goedkope overuren kunnen presteren. Of sterker nog, eenzelfde werknemer afwisselend de ene week op werkloosheid te zetten en de andere week 12 netto overuren te laten draaien. Ook werkloosheid en netto overuren in dezelfde week combineren, is niet toegestaan.  Wanneer u er een gegronde reden voor hebt, zoals het onmogelijk kunnen garanderen van de social distancing in de keuken, of omdat er niet met halve dagen tijdelijke werkloosheid kan gewerkt worden, kan u in bepaalde gevallen wel gebruik maken van netto overuren.

Kan u eenzijdig de uurroosters van uw personeel aanpassen?
Van de contracturen – daarmee bedoelen we de tewerkstellingsbreuk voltijds of deeltijds - moet u altijd afblijven. Dit is een essentieel onderdeel van de arbeidsovereenkomst. Wijzigt u daar eenzijdig iets aan, dan kan u contractbreuk worden aangewreven.

Eenzijdige aanpassingen aan het uurrooster kunnen doorgaans wel, zeker als ze tijdelijk zijn en in het belang van de onderneming. Maar het blijft een feitenkwestie waarbij rechters, als het tot een proces zou komen, gaan kijken naar een mogelijk nadeel van deze wijziging op de privésituatie van de werknemer. Weigert de werknemer de aanpassing te aanvaarden, vraag hem dan zeker om zijn redenen voor de weigering op papier zetten. Let er wel op dat de nieuwe uurroosters ook in uw arbeidsreglement vermeld staan. Is dat  niet het geval, dan moet u uw reglement eerst aanpassen.]]>
<![CDATA[Uw werknemer test positief…]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uw-werknemer-test-positief Thu, 06 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uw-werknemer-test-positief De werknemer die u gisteren ziek naar huis moest sturen blijkt positief. Wat doet u in zo’n geval?

Neem meteen contact op met de arbeidsarts van uw externe dienst voor preventie en bescherming. Vaak zal die misschien reeds door een contact-tracer geïnformeerd zijn indien de werknemer in kwestie in de dagen voor de besmetting op de werkvloer aanwezig is geweest.

De arbeidsarts zal vervolgens analyseren of er zich in de dagen voor de vaststelling van de symptomen al dan niet grote of kleine risico’s op overdracht hebben voorgedaan. Hij of zij zal dit doen aan de hand van de informatie die u hierover geeft. Wees dus zo nauwkeurig mogelijk. Op basis van deze analyse kan de arbeidsarts de hoogrisico-contacten op de werkvloer opsporen Het kan hierbij gaan over de zaakvoerders, collega’s, klanten, leveranciers.

Afhankelijk van het resultaat van deze analyse kan de arbeidsarts quarantaine-attesten uitschrijven, testen voorschrijven of zelf testen en u en uw personeel een aantal preventiemaatregelen opleggen. Die maatregelen dient u correct op te volgen, op straffe van boete. De bevoegdheden van de arbeidsarts werden hiervoor voor de duur van de epidemie tijdelijk uitgebreid.

De werkgever mag de andere werknemers op de hoogte brengen van een besmetting zonder evenwel de identiteit van de betrokkene te vermelden. Dat klinkt misschien erg theoretisch vermits men in een klein team meteen zal doorhebben om wie het gaat. Het heeft echter alles te maken met de privacy-wetgeving (GDPR). Ook naar klanten toe mag u in geen geval de naam van de besmette persoon vermelden. Aan de arbeidsarts mag u die gegevens vanzelfsprekend wel meedelen.

De besmette werknemer kan opnieuw aan de slag zodra hij of zij volledig klachtenvrij is (minstens drie dagen koortsvrij en beterschap van de overige symptomen), minstens zeven dagen in thuisisolatie is geweest en groen licht heeft gekregen van de huisarts. 

De werknemer die positief test, bevestigt dit normaal gezien met een medisch attest en ontvangt voor de duur van de arbeidsongeschiktheid gewaarborgd loon zoals dat ook bij een andere ziekte het geval is. Werd de werknemer slechts in quarantaine geplaatst, dan zal u een quarantaine-attest ontvangen en geeft u tijdelijke werkloosheid door aan uw sociaal bureau. ]]>
<![CDATA[Uw werknemer wordt ziek…]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uw-werknemer-wordt-ziek Thu, 06 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uw-werknemer-wordt-ziek Op 8 mei, maar waarschijnlijk ook op het moment dat de binnenhoreca zal mogen heropenen, zal nog niet elke werknemer zijn of haar vaccinatie hebben gekregen. Bij ziektesymptomen die op COVID-19 kunnen wijzen, let u dus best nog steeds goed op. Wat doet u in zo’n geval?

Als werkgever moet u waken over de veiligheid en de gezondheid van uw werknemers en dat betekent in deze tijden extra voorzichtig zijn. Werknemers met gezondheidsklachten mag u niet aan het werk zetten. Treden er klachten op tijdens het werk, stuur de werknemer dan onmiddellijk naar huis. Is de werknemer niet meer in staat om op eigen kracht naar huis te gaan, bel dan een familielid of een taxi. Plaats de werknemer in afwachting van zijn transport in een afzonderlijke ruimte. Zorg ervoor dat de werknemer een mondmasker draagt en de handen ontsmet voor het vertrek en laat de werknemer onmiddellijk een arts raadplegen die corona kan vaststellen of uitsluiten.

Zodra de werknemer vertrokken is, verlucht u grondig alle ruimtes en ontsmet u alle voorwerpen en oppervlakken waarmee de werknemer tijdens de voorbije twee dagen in aanraking is geweest.

Naar de collega’s toe hoeft u niet meteen te panikeren, zij kunnen voorlopig aan het werk blijven. Maan hen wel aan om gedurende enkele dagen extra aandachtig te zijn voor hun eigen gezondheidstoestand en tweemaal daags hun koorts te meten. In het geval er symptomen zouden optreden, dienen ze u hiervan onmiddellijk te verwittigen. U hoeft ook uw zaak niet te sluiten, zelfs niet wanneer het over een corona-besmetting zou gaan.

Wat met het loon en de prestaties van de zieke werknemer? Een werknemer die gezond aan het werk begon en tijdens de loop van de dag ziek het werk moet verlaten, heeft recht op het loon voor de volledige dag. Aan uw sociaal bureau geeft u dus de geplande uren voor die dag door als gewerkte uren. Pas vanaf de volgende dag begint ook op de loonbrief de ziekteperiode. De werknemer zal zijn arbeidsongeschiktheid wel moeten kunnen staven met een doktersattest indien u daarom vraagt.]]>
<![CDATA[Denk aan de bijlagen voor netto overuren]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/denk-aan-de-bijlagen-voor-netto-overuren Thu, 06 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/denk-aan-de-bijlagen-voor-netto-overuren Wie zijn voltijders met netto-overuren laat werken moet elke zes maanden een verklaring van vrijwilligheid laten tekenen. De kans is groot dat de geldigheidsdatum van uw laatste exemplaar verstreken is. Schrijf het dus zeker bij op uw opstart-checklist.

Voltijdse werknemers in de horeca die voor een werkgever werken die het GKS gebruikt, mogen 360 netto-overuren op vrijwillige basis presteren waar u niet langer verantwoording voor hoeft af te leggen. Dat aantal wordt niet geproratiseerd voor de maanden waarin er niet werd gewerkt. Dat zijn dus nog heel wat interessante uren die u de volgende maanden kan inzetten.

Netto overuren zijn meestal net iets duurder dan een student of een flexi-jobber, afhankelijk van wat u betaalt. Maar vermits de uren door uw vaste medewerkers worden gepresteerd, zijn ze vaak rendabeler. Bovendien kan u met dit systeem een deeltje van de verloren inkomsten van uw werknemers goed maken. Zorg er wel voor dat u controle houdt over het gebruik ervan, want zelfs al zijn het goedkope uren, worden ze ondoordacht ingezet, dan zal u uw loonkost snel zien stijgen.

Aan het gebruik van de netto overuren is wel een kleine formaliteit verbonden. Wilt u ze “vrijwillig” inzetten, zonder voorafgaande aangifte aan de inspectie en zonder ze te moeten rechtvaardigen, dan moeten uw werknemers elke zes maanden die vrijwilligheid op papier bevestigen in een bijlage aan hun arbeidsovereenkomst.

Wat zijn de gevolgen als u deze bijlage niet laat tekenen? Ook zonder deze bijlage mag u netto-overuren inzetten, maar gelden in principe de oude spelregels dat u de overuren steeds aan de inspectie moet blijven melden en dat u het gebruik van de overuren moet kunnen motiveren aan de hand van één van de wettelijke motieven. Doet u geen van beide, dan bent u strikt genomen niet in orde met de overurenreglementering en loopt u het risico het netto-voordeel te verliezen. Zet het dus meteen op uw opstart-checklist!

Wie geen GKS heeft, beschikt over 300 netto overuren per voltijder. In dit geval moet u steeds de overuren melden aan de inspectie en mogen de overuren niet op om het even welk moment worden ingepland, maar enkel om onvoorziene redenen of buitengewone vermeerdering van werk.

]]>
<![CDATA[De telewerkaangifte nu toch ook voor de horeca?]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-telewerkaangifte-nu-toch-ook-voor-de-horeca Wed, 05 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-telewerkaangifte-nu-toch-ook-voor-de-horeca Eind maart voerde de regering een nieuwe verplichting in om de controle op het telewerk beter te kunnen controleren: de telewerk-aangifte. Als “verplicht gesloten sector” ontsnapten de eet- en drankgelegenheden toen aan deze maatregel. Maar wat nu de horeca vanaf 8 mei geen verplicht gesloten sector meer is, tenminste wanneer u over een terras beschikt?

Wat is de telewerk-aangifte?
Vanaf april hebben werkgevers er een nieuwe verplichting bij en moeten zij een beperkt aantal gegevens aan de RSZ meedelen:
  • Het aantal personen werkzaam bij de onderneming, opgedeeld per vestigingseenheid.
  • Het aantal personen die een functie uitoefenen die niet als telewerk kan worden uitgevoerd.

De telewerkaangifte geeft de situatie weer op de eerste werkdag van de maand en moet uiterlijk op de zesde kalenderdag van de maand gebeuren. Er waren hiervoor reeds drie deadlines vastgesteld:
  • Ten laatste op 6 april 2021 voor de situatie op 1 april 2021
  • Ten laatste op 6 mei 2021 voor de situatie op 3 mei 2021
  • Ten laatste op 6 juni 2021 voor de situatie op 1 juni 2021

De aangifte gebeurt online via de aangiftetool op de RSZ-website.

Wat met de horeca?
Hoewel telewerk in de horeca voor het gros van de functies überhaupt niet aan de orde is, heerste er aanvankelijk onduidelijkheid of ook horecazaken, of tenminste deze die nog steeds actief waren met afhaal of levering, deze aangifte moesten uitvoeren. De RSZ besliste daarop dat drank- en eetgelegenheden als verplicht gesloten sector aan deze verplichting ontsnapten, ook wanneer ze wel open zijn en afhaal- of meeneemmaaltijden aanbieden. Hotels daarentegen horen niet tot de verplicht gesloten sectoren en zullen de nieuwe formaliteiten dus wel moeten naleven.

Wanneer vanaf 8 mei de terrassen terug open mogen, is de horeca echter geen verplicht gesloten sector meer, of althans toch gedeeltelijk. Bovendien ligt de deadline voor de aangifte van deze maand (6 mei) voor de datum van de heropening. We legden de vraag voor aan de RSZ die ons bevestigde dat er in elk geval voor de maand mei geen telewerkaangifte dient gedaan te worden voor de horeca daar de horeca pas opstart op 8 mei. Voor de maand juni hebben we voorlopig nog geen eenduidig antwoord.

Situatie ongewijzigd, ook geen aangifte nodig in mei
De RSZ voegde inmiddels ook aan haar instructies toe dat ondernemingen die wel een aangifte moesten doen (bijv. hotels) en dit in april ook op “ernstige wijze” deden, geen nieuwe aangifte moeten doen voor mei en juni, tenzij er op de eerste werkdag van de kalendermaand, een wijziging is in het aantal personen werkzaam bij de onderneming en/of in het aantal personen met een niet-telewerkbare functie is , tegenover de laatste gedane aangifte.

Indien er wel een wijziging is van één van beide aantallen moet de nieuwe aangifte met beide cijfergegevens uiterlijk op de zesde kalenderdag van de maand ingediend zijn.

Meer info over de verplichte telewerk-aangifte vindt u in de FAQ van de RSZ.
]]>
<![CDATA[Horeca-steunpakket, een stand van zaken]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/horeca-steunpakket-een-stand-van-zaken Wed, 05 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/horeca-steunpakket-een-stand-van-zaken U hebt het onze eerste minister enkele weken geleden ook horen aankondigen: het nieuwe steunpakket voor de horeca. Een aantal van de maatregelen die daarin werden vermeld waren duidelijk, andere vroegen om meer informatie. Welk nieuws viel hierover intussen te rapen? Nog niet zoveel, zo blijkt.

Zo was er sprake dat de jaarlijkse bijdrage voor het vakantiegeld voor de arbeiders in 2021 niet zou moeten betaald worden door de werkgevers in de horeca. Deze mededeling kwam kort nadat de betaling van het vakantiegeld, die normaliter in april moet gebeuren, met zes maanden was uitgesteld voor de horeca. De RSZ bevestigde intussen dat het uitstel tot oktober voorlopig nog steeds het officiële standpunt is, in tegenstelling tot wat u op bepaalde plaatsen kan lezen. Het voorstel wordt momenteel uitgewerkt. Een definitieve beslissing wordt volgende week verwacht.

Hetzelfde geldt voor de aangekondigde RSZ-vermindering voor wedertewerkstelling van tijdelijk werklozen. Die vermindering zou worden toegepast in het derde kwartaal en van toepassing zijn op maximaal vijf werknemers per vestigingseenheid. Krijgt deze vermindering echter het karakter van een doelgroepvermindering, dan zal zij niet bovenop uw eventueel reeds toegepaste doelgroepverminderingen komen. Ook hierover hopen we volgende week uitsluitsel te krijgen.

Zijn wel duidelijk en inmiddels bevestigd:
  • De tijdelijke BTW-verlaging naar 6% tot en met 30 september 2021.
  • De studenten-uren gepresteerd in de horeca tijdens het derde kwartaal van 2021 tellen niet mee in het contingent. Weet wel dat u geen studenten mag inzetten ter vervanging van vast personeel dat nog steeds op tijdelijke werkloosheid staat!
  • Het dubbel overbruggingsrecht voor zelfstandigen wordt verlengd tot einde mei.
]]>
<![CDATA[Heropening terrassen: alle regels op een rij]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/heropening-terrassen-alle-regels-op-een-rij Wed, 05 May 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/heropening-terrassen-alle-regels-op-een-rij Vanaf zaterdag mogen de terrassen opnieuw open. Een lange lijst met richtlijnen moet de heropening in goede banen leiden. De meeste kent u al van de vorige keer. De registratieverplichting werd deze keer niet weerhouden.

  • Er mogen maximaal 4 personen aan een tafel. Enkel indien het gaat om mensen uit hetzelfde huishouden kunnen dit er meer zijn.
  • De openingsuren zijn beperkt van 8 uur tot 22 uur, tenzij een gemeentelijk besluit een vroeger sluitingsuur oplegt.
  • Er mag voorlopig enkel op terrassen worden geconsumeerd. Een terras moet minstens aan één kant volledig open zijn, dus zonder zon-, regen-, of windscherm.
  • Tafelgezelschappen moeten minstens 1,5 meter uit elkaar staan. Die minimale afstand moet door de uitbater op alle mogelijke manier gegarandeerd worden, bijvoorbeeld door schermen of markeringen op de vloer.
  • Er mag uitsluitend zittend aan een tafel worden geconsumeerd.
  • Klanten mogen enkel kortstondig naar binnen om naar het toilet te gaan, om naar het terras te gaan als dat enkel via de binnenruimte bereikbaar is of om te betalen.
  • Het sanitair moet geregeld gereinigd en ontsmet worden. Er mogen enkel papieren handdoekjes gebruikt worden dat in afsluitbare vuilnisbakjes moet kunnen worden weggegooid. Zorg dat ook in de toiletten de afstandsmaatregel wordt nageleefd. De toiletten zijn enkel toegankelijk voor klanten.
  • Stel handgel of ontsmettingsmiddel ter beschikking van klanten en personeelsleden.
  • Alle medewerkers (werknemers, zelfstandigen, leveranciers) moeten verplicht een chirurgisch mondmasker dragen. Enkel in geval van medische redenen kan het mondmasker vervangen worden door een gelaatsscherm. Raadpleeg hiervoor eerst uw arbeidsarts. Gasten dienen geen mondmasker te dragen zolang ze aan tafel zitten, wel als ze zich verplaatsen.
  • Gebruik nog steeds best papieren tafellakens, servetten, … Werkt u toch met stoffen exemplaren, dan dienen deze na elke gast vervangen te worden en gewassen op minstens 60°.
  • Vermijd ook botervlootjes, zout- en pepervaatjes, papieren menukaarten, siervoorwerpen,… of reinig ze telkens na het gebruik van de tafel.
  • Let erop dat ook uw personeel zo weinig mogelijk materiaal deelt.
  • Vermijd zoveel mogelijk cash betalingen.
  • Het geluidsniveau mag 80 db niet overschrijden.
  • De registratieverplichting zoals we die bij de vorige heropening kenden, is weggevallen. U dient uw gasten bij het vertrek wel te vragen om u te verwittigen indien ze binnen de 14 dagen na hun bezoek ziek zouden worden. Er werd niet voorzien wat u naderhand met deze informatie moet doen.
  • Zorg ervoor dat alle COVID-19-maatregelen duidelijk kenbaar worden gemaakt bij de ingang van uw zaak en op het terras.
  • Overloop met uw gasten bij ontvangst alle regels en maatregelen. Gasten met symptomen die op COVID-19 kunnen wijzen, mag u niet tot uw zaak toelaten.
  • In elke zaak moet een COVID-19-coördinator worden aangeduid die toekijkt op de naleving van deze richtlijnen en hier voldoende over geïnformeerd is.
]]>
<![CDATA[Nieuwe doelgroepvermindering voor evenementensector]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-doelgroepvermindering-voor-evenementensector Thu, 22 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-doelgroepvermindering-voor-evenementensector Ook voor de zwaar getroffen evenementensector werd een tijdelijke doelgroepvermindering in het leven geroepen. De steunmaatregel geldt enkel voor het tweede en derde kwartaal van 2021.

De vermindering is geen bepaald bedrag, maar bedraagt de vrijstelling van de volledige basiswerkgeversbijdrage (25%). De vermindering geldt voor maximaal vijf werknemers.

Ook hier zijn er strenge voorwaarden aan verbonden wil men in aanmerking komen voor de vermindering. We lijsten ze op:
Ofwel onder het paritair comité voor het vermakelijkheidsbedrijf vallen (PC 304).
Ofwel onder de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités vallen, waarvan de hoofdactiviteit in de evenementensector bestaan uit één van de volgende activiteiten:
  • De beoefening van uitvoerende kunsten;
  • De promotie en organisatie van uitvoerende kunstevenementen;
  • Het ontwerp en bouw van podia;
  • De gespecialiseerde beeld-, verlichtings- en geluidstechnieken;
  • Ondersteunende activiteiten voor de uitvoerende kunsten;
  • De beoefening van de scheppende kunsten;
  • Ondersteunende activiteiten voor scheppende kunsten;
  • De exploitatie van schouwburgen, theaters, concertzalen, musichalls, cabarets en andere accommodaties voor podiumkunsten;
  • De exploitatie van geluidsopnamestudio’s voor rekening van derden;
  • Het beheer en de exploitatie van culturele centra en multifunctionele zaken ten behoeve van culturele activiteiten;
  • De organisatie van congressen en beurzen;
  • De organisatie van sportevenementen.

De bijkomende voorwaarden zijn gelijk aan die die ook aan de hotelsector worden opgelegd. De werkgever verbindt er zich toe de werknemers voor wie de doelgroepvermindering wordt toegepast in dienst te houden tussen 1 april en 30 september 2021. De enige uitzonderingen hierop vormen:
  • Werknemers die zelf ontslag nemen
  • Werknemers die ontslagen worden om dringende reden
  • Werknemers die tijdskrediet of thematisch verlof opnemen

De werkgever moet bovendien aan alle werknemers, ook die waarvoor de doelgroepvermindering niet geldt, in 2021 een concreet en individueel opleidingsplan opmaken dat minstens 5 dagen beslaat voor een voltijder. Voor deeltijders kan het aantal opleidingsdagen geproratiseerd worden. Hoe dit concreet zal gecontroleerd worden is momenteel nog niet duidelijk.

Tot slot mag men in 2021 ook niet overgaan tot:
  • Het uitkeren van dividenden aan aandeelhouders;
  • Het uitkeren van bonussen aan leden van de raad van bestuur en aan het leidinggevend personeel;
  • De inkoop van eigen aandelen.

De ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, of bij het ontbreken daarvan de werknemers moeten van al deze zaken op de hoogte worden gebracht.

Een bijkomende voorwaarde is hier dat de som van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid overmacht corona en het aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen in het tweede en derde kwartaal van 2021 niet groter mag zijn dan de som van dezelfde afwezigheidsdagen in het eerste kwartaal van 2021.]]>
<![CDATA[Federale steunmaatregel voor hotelsector]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/federale-steunmaatregel-voor-hotelsector Thu, 22 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/federale-steunmaatregel-voor-hotelsector Er komt een nieuwe, federale steunmaatregel voor de hotelsector. De maatregel neemt de vorm aan van een RSZ-doelgroepvermindering en geldt enkel voor het tweede kwartaal van 2021. Er zijn wel heel wat bijkomende voorwaarden aan verbonden. Over een aantal zaken is het nog wachten op verduidelijking.

De nieuwe maatregel is specifiek bedoeld voor werkgevers uit het pc 302 met als hoofdactiviteit het uitbaten van een hotel of het verschaffen van accommodaties of werkgevers die een vestigingseenheid hebben met deze activiteit.

De vermindering is geen bepaald bedrag, maar bedraagt de vrijstelling van de volledige basiswerkgeversbijdrage (25%). Dat komt overeen met de doelgroepvermindering die men bijv. krijgt voor de eerste werknemer of voor een nieuw aangeworven laaggeschoolde jongere of een nieuw aangeworven oudere werknemer. Net als voor alle doelgroepverminderingen geldt dat per individuele werknemer maar één vermindering kan worden toegepast.

Om van deze doelgroepvermindering gebruik te kunnen maken moet de werkgever op basis van de periodieke BTW-aangiften kunnen aantonen dat er een omzetdaling is van minstens 60% van de normale activiteit in het tweede kwartaal 2021 ten opzichte van het tweede kwartaal 2019. Deze controle kan dus pas gebeuren na de afsluiting van dit kwartaal. De omzetdaling wordt bekeken over de volledige juridische entiteit, eventuele andere activiteiten zoals een restaurant inbegrepen.

De vermindering kan voor maximaal vijf werknemers per vestigingeenheid die een hotel uitbaat of accommodatie verschaft worden toegekend. De werkgever verbindt zich er bovendien toe deze werknemers in dienst te houden tussen 1 april en 30 juni 2021. De enige uitzonderingen hierop vormen:
  • Werknemers die zelf ontslag nemen
  • Werknemers die ontslagen worden om dringende reden
  • Werknemers die tijdskrediet of thematisch verlof opnemen

De werkgever moet bovendien aan alle werknemers, ook die waarvoor de doelgroepvermindering niet geldt, in 2021 een concreet en individueel opleidingsplan opmaken dat minstens 5 dagen beslaat voor een voltijder. Voor deeltijders kan het aantal opleidingsdagen geproratiseerd worden. Hoe dit concreet zal gecontroleerd worden is momenteel nog niet duidelijk.

Tot slot mag men in 2021 ook niet overgaan tot:
  • Het uitkeren van dividenden aan aandeelhouders;
  • Het uitkeren van bonussen aan leden van de raad van bestuur en aan het leidinggevend personeel;
  • De inkoop van eigen aandelen.

De ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, of bij het ontbreken daarvan de werknemers moeten van al deze zaken op de hoogte worden gebracht.]]>
<![CDATA[Steunpakket voor heropening horeca]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/steunpakket-voor-heropening-horeca Thu, 22 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/steunpakket-voor-heropening-horeca De federale regering kondigde aan een steunpakket van 835 miljoen euro uit te trekken voor de horeca en voor andere zwaar getroffen sectoren die binnenkort mogen heropstarten. Dat meldde de overheid zelf op haar website news.belgium.be. Meer details over onderstaande mededeling zijn voorlopig nog niet bekend.

1. Tijdelijke btw-verlaging in de horecasector
De regering heeft beslist om een tijdelijke btw-verlaging in te voeren in de horeca, zodra de terrassen worden heropend. Deze tijdelijke verlagingen hebben specifiek betrekking op de btw op verstrekte maaltijden, die tijdelijk wordt verlaagd van 12% naar 6%. Het betreft ook de btw op alle dranken, die tijdelijk wordt verlaagd van 21 naar 6%. Deze maatregel moet de sector een onmiddellijke boost geven en de horeca in staat stellen zich met succes te herstellen. Deze tijdelijke btw-verlaging is van kracht tot en met 30 september 2021.

2. Vrijstelling voor jaarlijkse vakantie in de horeca
In de horecasector wordt voornamelijk met arbeiders gewerkt. Deze arbeiders ontvangen hun vakantiegeld niet rechtstreeks van de werkgever, maar uit een vakantiefonds waaraan de werkgevers in de sector bijdragen. De regering heeft beslist dat werkgevers in de horeca deze jaarlijkse bijdrage in 2021 niet hoeven te betalen. De bijdrage zal door de federale regering worden betaald. De werknemers in de sector zullen dus zoals elk jaar hun vakantiegeld ontvangen. Deze maatregel is bedoeld om de last te verlichten voor de sector, die zwaar is getroffen door de gezondheidsmaatregelen.

3. Stimulans voor de wedertewerkstelling via RSZ-vermindering
In het derde kwartaal van 2021 zal een RSZ-vermindering worden ingevoerd voor werkgevers die tijdelijk werkloos gestelde werknemers terughalen en/of extra werknemers in dienst nemen. De vermindering zal gelden voor maximaal 5 werknemers per vestigingseenheid.  Deze maatregel geldt voor alle activiteitensectoren en is bedoeld om de werkgelegenheid een boost te geven in het kader van de geplande heropeningen. Deze RSZ-vermindering zal gemoduleerd worden. Er zal meer vermindering zijn voor de bedrijven die zwaar werden getroffen of die moesten sluiten als gevolg van de gezondheidsmaatregelen die in het kader van het beheer van Covid-19 zijn genomen en die nu weer open kunnen. De precieze contouren van deze maatregel moeten nog worden vastgesteld.

4. Steun voor de “corona”-werklozen
De federale regering heeft ook beslist om een reeks maatregelen te nemen voor de Belgen die tijdens de coronaviruscrisis werkloos zijn geworden.
  • In de eerste plaats zal de coronaperiode worden geneutraliseerd bij de berekening van de referentieperiode die in aanmerking wordt genomen voor werkloosheidsuitkeringen. Concreet zal een periode van 12 maanden (die overeenstemt met de duur van de coronaviruscrisis) in mindering worden gebracht op de individuele berekening van elke werkzoekende.
  • Ten tweede zullen de tijdelijk werklozen die van job zijn veranderd en voor een lager betaalde job hebben moeten kiezen, niet financieel worden bestraft als ze ook deze job verliezen of hebben verloren. Hun uitkering zal worden berekend op basis van hun vroegere (hogere) loon.
  • Ten derde zal de beschermingspremie voor langdurig tijdelijk werklozen waarin voor gesloten sectoren is voorzien, worden uitgebreid tot de werknemers van de sector van de niet-medische contactberoepen (met inbegrip van kappers). Deze sector was niet gesloten op het ogenblik dat deze premie werd toegekend, maar moest later en voor een lange periode worden gesloten. Deze beschermingspremie betreft het personeel in loondienst, aangezien zelfstandigen in de sector een dubbel overbruggingsrecht hebben.

5. Stimuleren van studentenjobs in de sectoren die heropenen
Tot slot heeft de federale regering beslist om de komende maanden studentenjobs te stimuleren. Studentenjobs spelen een belangrijke rol in de horeca, de evenementensector en de culturele sector. De uren die een jobstudent in het derde kwartaal van 2021 werkt in de gesloten sectoren die weer mogen openen, zullen bij wijze van uitzondering niet worden meegerekend in zijn jaarlijkse quotum. Onder normale omstandigheden mogen studenten maximaal 475 uur per jaar werken. Deze maatregel moet de betrokken sectoren helpen een nieuwe start te maken, door hun flexibiliteit en extra middelen te bieden.

Het totaalbedrag van dit federale steunpakket bedraagt ruim 835 miljoen euro.
Parallel met deze nieuwe steun- en heropstartmaatregelen werd beslist om het dubbele overbruggingsrecht dat de horecasector momenteel geniet, gedurende de maand mei te verlengen. De heropening van de horecasector zal immers de komende weken volgens een strikt protocol beperkt blijven tot de terrassen. Aan het eind van de maand zal deze maatregel opnieuw worden geëvalueerd, afhankelijk van de evolutie van de gezondheidssituatie.

Overgenomen van news.belgium.be.]]>
<![CDATA[Eenmalige premie voor tijdelijk werklozen met een laag loon]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/eenmalige-premie-voor-tijdelijk-werklozen-met-een-laag-loon Tue, 13 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/eenmalige-premie-voor-tijdelijk-werklozen-met-een-laag-loon Op 28 maart 2021 verscheen een nieuw Koninklijk Besluit dat een eenmalige premie toekent aan tijdelijk werklozen met een laag loon, tewerkgesteld in een sector waar de activiteiten op bevel van de overheid moesten gestaakt worden. De premie bedraagt maximaal 780 euro.

Om recht te hebben op de premie moet de tijdelijk werkloze gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen:

- Meer dan 52 volle en/of halve uitkeringen als tijdelijk werkloze ontvangen hebben omwille van het coronavirus of wegens economische redenen en dit tijdens de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020.

- Op 1 maart 2021 tewerkgesteld zijn bij een onderneming die verplicht gesloten is ten gevolge van de coronamaatregelen zoals de horeca of een onderneming uit de culturele sector.

Concreet gaat het om de volgende sectoren:
  1. NACE-code 55.1 (hotels en dergelijke accommodatie), 55.2 (vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf), 56.1 (restaurants en mobiele eetgelegenheden) of 56.3 (drinkgelegenheden) die behoort tot het paritair comité voor het hotelbedrijf (paritair comité 302);
  2. het paritair comité van het vermakelijkheidsbedrijf (paritair comité 304);
  3. NACE-code 59.140 (vertoning van films), 82.3 (organisatie van beurzen en congressen), 90.0 (creatieve activiteiten – kunst en amusement), 93.130 (fitnesscentra), 93.21 (kermisattracties en pret- en themaparken) of 93.291 (snooker- en biljartzalen);

Wie onder hoger vermelde NACE-codes valt en aan de voorwaarden voldoet, zal de premie automatisch uitbetaald krijgen door zijn of haar uitbetalingsinstelling. De werknemer hoeft dus niets te doen.

De premie bedraagt maximaal 780 euro of 78 maal het maximale dagbedrag van 10 euro. Dit dagbedrag is afhankelijk van het loon en neemt af naarmate het loon toeneemt. Voor brutolonen van 2.754,76 euro en meer is er geen premie. De grootte van de premie is niet afhankelijk van het aantal uitkeringen dat een werknemer in deze periode ontving. Het exacte bedrag wordt vermeldt op de uitkeringskaart. ]]>
<![CDATA[Vaccinatieverlof voor werknemers die zich laten inenten]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vaccinatieverlof-voor-werknemers-die-zich-laten-inenten Tue, 13 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vaccinatieverlof-voor-werknemers-die-zich-laten-inenten Werknemers die zich laten vaccineren hebben het recht om van het werk afwezig te zijn met behoud van hun normaal loon. De lang aangekondigde wet is zopas verschenen. Het vaccinatieverlof neemt de vorm aan van klein verlet en kan opgenomen worden vanaf 9 april.

Klein verlet laat werknemers toe om afwezig te zijn op het werk met het oog op bepaalde familiale gebeurtenissen of burgerlijke verplichtingen. Het gaat daarbij enkel om gebeurtenissen die plaatsvinden tijdens de werkuren. Heeft de werknemer reeds vrij op de dag van de gebeurtenis omdat die toevallig op een dag valt waarop niet gewerkt wordt of tijdens een vakantieperiode, dan vervalt het klein verlet (uitzonderlijke gevallen zoals een huwelijk of communiefeest niet te na gesproken). Dat is in dit geval niet onbelangrijk voor de horeca. Een werknemer die op tijdelijke werkloosheid staat, hoeft zich dus niet vrij te maken voor zijn inenting en heeft bijgevolg geen recht op vaccinatieverlof.

Wie zich toch tijdens de werkuren naar een vaccinatiecentrum moet begeven, krijgt hiervoor klein verlet gedurende “de tijd die nodig is”. Dat is zeer vaag, maar die tijd omvat zowel de tijd voor de vaccinatie zelf als de tijd die de werknemer nodig heeft om zich naar het vaccinatiecentrum en daarna eventueel terug naar het werk te begeven. Het kan dus gaan om één of enkele uren afwezigheid, niet noodzakelijk een hele of halve dag. Bij de vaccins waarvoor een herhaling nodig is, heeft de werkgever twee keer recht op klein verlet. Het zou dus best kunnen dat de eerste vaccinatie voor een werknemer nog tijdens een periode van werkloosheid valt waardoor hij geen vaccinatieverlof nodig heeft en de tweede prik na de heropening, waarbij hij wel beroep kan doen op vaccinatieverlof.

Net als bij alle andere vormen van klein verlet dient de werknemer zijn werkgever zo spoedig mogelijk te verwittigen van het tijdstip van zijn uitnodiging. U kan hiervan een bewijs opvragen, de brief of mail met de afspraak of uitnodiging, maar u mag die niet bijhouden, noch kopiëren of verwerken. Met dat laatste wordt bedoeld dat u er geen lijstje van mag aanleggen. Naar uw loonverwerking mag u de afwezigheid ook enkel onder de neutrale noemer ‘klein verlet’ doorgeven, zonder te specifiëren. De werknemer van zijn kant mag het vaccinatieverlof enkel gebruiken waarvoor het bedoeld is.

Samengevat luiden de belangrijkste principes van het vaccinatieverlof dus als volgt:
  • een werknemer die (tijdens) de arbeidsuren wordt opgeroepen om zich te laten vaccineren, mag afwezig zijn van het werk;
  • de afwezigheid is beperkt tot “de tijd die nodig” is voor de vaccinatie. Het gaat dus niet automatisch om een halve of een volledige dag;
  • tijdens de afwezigheid betaalt de werkgever het normaal loon door;
  • de werknemer moet de werkgever vooraf, vanaf wanneer het tijdstip van de vaccinatie hem bekend is, verwittigen dat hij afwezig zal zijn;
  • op verzoek van de werkgever moet de werknemer het bewijs leveren dat hij aanspraak kan maken op het vaccinatieverlof. Bijvoorbeeld kan hij de uitnodiging tonen om zich te laten vaccineren, of de bevestiging van de afspraak, met vermelding van plaats en uur. Omwille van de privacy mag de werkgever het bewijs niet bijhouden.
]]>
<![CDATA[Nieuw: de verplichte telewerkaangifte ]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-de-verplichte-telewerkaangifte- Thu, 01 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-de-verplichte-telewerkaangifte- Telewerk is al een tijdje verplicht voor alle werknemers tenzij de aard van de functie of de activiteiten dit niet toelaten. Om de controle op de naleving van het telewerken te vergemakkelijken, zullen werkgevers vanaf april een aantal gegevens aan de RSZ moeten meedelen. Voor drank- en eetgelegenheden geldt deze verplichting niet, voor hotels wel!

Vanaf april moeten werkgevers een beperkt aantal gegevens aan de RSZ meedelen:
- Het aantal personen werkzaam bij de onderneming, opgedeeld per vestigingseenheid.
- Het aantal personen die een functie uitoefenen die niet als telewerk kan worden uitgevoerd.

Niet voor café’s en restaurants, wel voor hotels
Deze nieuwe verplichting geldt voor alle werkgevers, behalve die ondernemingen die verplicht volledig gesloten zijn. De RSZ bevestigde ons intussen dat drank- en eetgelegenheden aan deze verplichting ontsnappen, ook wanneer ze wel open zijn en afhaal- of meeneemmaaltijden aanbieden. Hotels daarentegen horen niet tot de verplicht gesloten sectoren en zullen de nieuwe formaliteiten dus wel moeten naleven.

Hoe gebeurt de aangifte?
De telewerkaangifte geeft de situatie weer op de eerste werkdag van de maand en moet uiterlijk op de zesde kalenderdag van de maand gebeuren. Dit betekent:

- Ten laatste op 6 april 2021 voor de situatie op 1 april 2021
- Ten laatste op 6 mei 2021 voor de situatie op 3 mei 2021
- Ten laatste op 6 juni 2021 voor de situatie op 1 juni 2021

De aangifte gebeurt via de aangiftetool op de RSZ website.
U geeft hierin al uw vestigingseenheden aan met per vestigingseenheid het aantal personen dat er werkzaam is, d.i. alle werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst. Voor flexi-werknemers wordt gekeken naar de lopende raamovereenkomsten. Een uitzendkantoor moet enkel het eigen personeel aangeven, de uitzendkrachten worden bij de gebruiker meegeteld.

Vervolgens vult u het aantal personen in werkzaam bij uw onderneming met een niet-telewerkbare functie. Dit wil zeggen: elke functie die enkel ter plaatse uitgevoerd kan worden. Voor een hotel zijn dat alvast de receptionisten, het onderhoudspersoneel, keuken- en schoonmaakpersoneel. Voor uw administratieve medewerkers zal u per persoon kritisch moeten beoordelen of zij hun functie niet al tele-werkend van thuis kunnen uitvoeren. Ook personen die op zelfstandige basis structureel aanwezig zijn moet u hieraan toevoegen.

Tot slot vult u de contactgegevens in waar de overheid u kan bereiken voor verdere informatie. Na de aangifte ontvangt u een ontvangstbevestiging op het opgegeven emailadres en in uw eBox.

Doel van de maatregel
De sociale inspectiediensten zullen de verplicht aan te geven data gebruiken om het naleven van het telewerk te controleren. Blijkt bij een controle dat een werknemer met een telewerkbare functie toch aanwezig is in het bedrijf, dan zal deze zijn aanwezigheid moeten kunnen verantwoorden.

Personeelsleden die niet kunnen tele-thuiswerken moeten bij inspectie een attest kunnen voorleggen dat hun aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.

Wordt er ter plaatse gewerkt, dan dient u sowieso de nodige maatregelen in acht te nemen. Zo wordt er gecontroleerd op het naleven van de 1,5 meter afstandsregel, de mondmaskerplicht, wordt er gelet op het al dan niet aangegeven zijn van de looprichting, de aanwezigheid van handgels,… Let er ook op dat er geen stoffen handdoeken in de toiletten gebruikt worden en dat in keukens en refters geen servies en bestek worden gedeeld.

Het niet naleven van deze verplichting kan gesanctioneerd worden met ofwel een strafrechtelijke boete ofwel een administratieve geldboete.]]>
<![CDATA[Uitstel van betaling bijdrage jaarlijkse vakantie]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uitstel-van-betaling-bijdrage-jaarlijkse-vakantie Thu, 01 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/uitstel-van-betaling-bijdrage-jaarlijkse-vakantie De ministerraad keurde recent het uitstel van de bijdragen van de jaarlijkse vakantie voor werkgevers in de horeca goed. De jaarlijkse deadline van 30 april wordt hierdoor verschoven.

Het vakantiegeld voor de arbeiders wordt jaarlijks rond deze tijd van het jaar uitbetaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie. Deze instelling treedt enkel op als een “betalende derde”, het is de werkgever van het vakantiedienstjaar (het jaar waarin men de vakantie opbouwt, voor 2021 is dat 2020) die de vakantie financiert. Dit gebeurt gedeeltelijk via de RSZ-kwartaalbijdragen waarin 5,57% bestemd is voor de vakantiegelden, maar grotendeels via een eenmalige factuur die u elk jaar uiterlijk op 30 april dient te betalen. Meestal gaat dit om een vrij groot bedrag, met name 10,27% van het brutoloon aan 108% dat u het voorbije jaar aan uw arbeiders betaalde.

Voor vele horecazaken, en andere sectoren die zwaar door de coronacrisis werden getroffen, zal het moeilijk zijn om dit bedrag op 30 april in één keer te kunnen betalen. De ministerraad besliste daarom om de debetnota van deze betaling met zes maanden uitstel te verzenden zodat werkgevers uit de horeca automatisch zes maanden uitstel krijgen van betaling.

Werkgevers uit andere gesloten sectoren kunnen op een eenvoudige manier een afbetalingsplan met uitstel voor zes maanden aanvragen.

De overheid wil met deze maatregel voorkomen dat werkgevers zich in de schulden steken en de werkgelegenheid in de sector beschermen.]]>
<![CDATA[Maak werk van uw vakantieplanning]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/maak-werk-van-uw-vakantieplanning Thu, 01 Apr 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/maak-werk-van-uw-vakantieplanning Het is misschien een vreemde oproep en zeker niet de eerste van uw zorgen. Maar toch staat u er best nu al even bij stil: uw vakantieplanning voor 2021.

Vakantierechten worden opgebouwd op basis van de prestaties tijdens het voorgaande jaar. Niet enkel werkdagen tellen daarvoor mee, maar ook vakantie, ziekte, feestdagen en … tijdelijke werkloosheid. Wie vorig jaar een volledig jaar in dienst was, zelfs al stond hij of zij het grootste deel van die tijd op tijdelijke werkloosheid, heeft dit jaar vier weken wettelijke vakantie.

Het eigene aan wettelijke vakantie is dat een werknemer verplicht is deze dagen binnen het kalenderjaar op te nemen en dat de werkgever die opname op geen enkele manier mag verhinderen. In normale omstandigheden kan dit een boete opleveren voor de werkgever, komt er ook tijdelijke werkloosheid bij kijken, dan riskeren ook de werknemers een deel van hun RVA-uitkering te moeten terugbetalen. Dat laatste herinnert u zich wellicht nog van vorig jaar.
Wanneer u in mei (of later) opnieuw opengaat, staan u hopelijk enkele drukke maanden te wachten, waarin er waarschijnlijk weinig gelegenheid zal zijn om vakantie op te nemen. De kans is dus zeer groot dat al uw werknemers hun vier weken vakantie in het laatste kwartaal zullen moeten opnemen, met alle praktische gevolgen vandien.

Probeer daarom nu alvast een realistische vakantieplanning op te maken. Idealiter probeert u zelfs voor al uw werknemers een weekje weg te werken vóór de heropening. Makkelijk zal het niet zijn om hen daarvan te overtuigen, maar weet dat wie op het einde van dit jaar niet alle vakantie heeft opgenomen, opnieuw riskeert de werkloosheidsuitkering voor het niet opgenomen aantal vakantiedagen te moeten terugbetalen. ]]>
<![CDATA[Nog twee dagen om Brusselse premie voor o.a cateraars en nachtclubs aan te vragen]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nog-twee-dagen-om-brusselse-premie-voor-oa-cateraars-en-nachtclubs-aan-te-vragen Tue, 23 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nog-twee-dagen-om-brusselse-premie-voor-oa-cateraars-en-nachtclubs-aan-te-vragen De Brusselse regering kende kort geleden een nieuwe premie toe aan ondernemingen met één of meer vestigingseenheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die wegens corona verplicht moesten sluiten. Het gaat om ondernemingen uit welbepaalde sectoren. De uiterste aanvraagdatum is 25 maart.

Om in aanmerking te komen voor de premie moet een onderneming:

- minstens één ingeschreven vestigingseenheid hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingeschreven in het KBO op 2 november 2020, er economische actief zijn en er beschikken over personele middelen en eigen goederen die specifiek voor u bestemd zijn;
- één of meer van de geviseerde activiteiten uitoefenen volgens de NACE-code in het KBO, waaronder Catering (56.201), Discotheken, dancings en dergelijke (56.302), Andere drinkgelegenheden (56.309);
- verplicht zijn of geweest zijn één of meer vestigingseenheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te sluiten op basis van artikel 8 van het Ministerieel Besluit van 28 oktober 2020 zoals van toepassing op 2 november 2020;
- in 2019 een omzet verwezenlijkt hebben van
  • meer dan 25.000 EUR indien de onderneming ingeschreven is in het KBO voor 1 januari 2019;
  • meer dan 25.000 EUR x aantal dagen tussen de datum van inschrijving in de KBO en 31 december 2019/365 indien de onderneming na 1 januari 2019 is ingeschreven.
  Voor ondernemingen die pas ingeschreven zijn vanaf 1 oktober 2019 geldt deze voorwaarde niet.
- geen btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen genieten.

Het bedrag van de premie gaat van 1.000 tot 5.000 euro afhankelijk van het omzetverlies op basis van de BTW-aangiften. Ondernemingen die minder dan 1.000 euro vaste kosten dragen (huur, elektriciteit, water, verzekeringen,…) en een omzetverlies hebben van minder dan 25% hebben geen recht op een premie.

Voor ondernemingen die reeds een premie ontvangen hebben op basis van het ‘Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 januari 2021 betreffende steun aan ondernemingen die een contactberoep en een recreatieve activiteit uitbaten in kader van de gezondheidscrisis COVID-19‘, wordt de premie verminderd met 1.500 EUR.

De premie vraagt dient online aangevraagd te worden vóór 25 maart 2021.
]]>
<![CDATA[Tijdelijke werkloosheid en de belastingen]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-werkloosheid-en-de-belastingen Tue, 23 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-werkloosheid-en-de-belastingen Wie vorig jaar langere tijd tijdelijk werkloos was, zet best al wat geld opzij voor de afrekening van zijn personenbelasting dit jaar. Door de uitzonderlijk lage voorheffing die op de uitkering wordt ingehouden, is de kans groot dat heel wat werknemers zich aan een toeslag mogen verwachten.

Net zoals een gewoon inkomen, is ook een werkloosheidsuitkering aan belasting onderworpen.  Hoeveel dat is, hangt af van het totale inkomen, de gezinssituatie en nog een aantal andere zaken zoals leningen, fiscale attesten enz. De bedrijfsvoorheffing die gewoonlijk op het loon wordt ingehouden, houdt rekening met die eerste twee parameters en vormt zo een realistisch voorschot op de uiteindelijke personenbelasting. De eindafrekening volgt pas na het indienen van de belastingaangifte.

Op uitkeringen worden doorgaans vaste voorheffingspercentages toegepast. Voor de werkloosheidsuitkering is dat in normale omstandigheden 26,75%. Dat was ook zo tot en met april 2020. Vanaf mei 2020 besloot de regering echter om dat percentage te verlagen tot 15% om te voorkomen dat het voorschot hoger zou zijn dan de uiteindelijke belasting. Maar dat zou wel eens een vergiftigd geschenk kunnen geweest zijn. Werklozen hebben normaal gezien, net als zieken, invaliden en gepensioneerden recht op een belastingvermindering, bestaande uit een basisvermindering en een bijkomende vermindering. In het geval van tijdelijke werkloosheid wordt die bijkomende vermindering echter niet toegepast. 

Vooral voor wie in 2020 ook nog enkele maanden loon ontving, bestaat hierdoor de kans dat de  voorheffing (het voorschot dus) die aan de bron werd ingehouden ontoereikend was. Het gevolg hiervan zal een aanslagbiljet zijn met een terug te betalen bedrag op het einde van dit jaar.

Ook in 2022 zal dit fenomeen zich voordoen, vermits de meeste werknemers ook in het inkomstenjaar 2021 reeds enkele maanden op tijdelijke werkloosheid staan. Het goede nieuws is dat dit wel kan vermeden worden. Zodra de horeca opnieuw open mag, vraagt u best aan uw werknemers wie op vrijwillige basis maandelijks iets meer bedrijfsvoorheffing wil laten inhouden. Uw sociaal bureau kan dit dan voor u in orde brengen. Aan de te betalen belastingen valt niets te veranderen, maar op die manier spreidt men alvast het bedrag over een langere periode en vermijdt men een groot bedrag bij de eindafrekening. ]]>
<![CDATA[Het Globalisatiemechanisme]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/het-globalisatiemechanisme Tue, 23 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/het-globalisatiemechanisme Na  goedkeuring door Europa, keurde de Vlaamse Regering onlangs het “Globalisatiemechanisme” definitief goed. Dit mechanisme biedt financiële steun aan ondernemingen die in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% én een boekhoudkundig verlies hebben geleden als gevolg van de coronamaatregelen. De reeds ontvangen Vlaamse steunpremies worden wel in mindering gebracht van deze subsidie. De kans dat u de uitleg twee keer zal moeten lezen vooraleer u hem begrijpt, is groot.

Voorwaarden
Elke onderneming die in het laatste kwartaal van 2020 nog actief was, komt in aanmerking voor het Globalisatiemechanisme indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  • op 30 september 2020 een actieve exploitatiezetel hebben in het Vlaams Gewest opgenomen in de Kruispuntbank voor Ondernemingen;
  • in de periode van 1 april 2019 tot en met 31 december 2019 een omzet hebben uit geleverde prestaties, exclusief btw, van minstens € 450.000;
  • in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een omzetdaling gekend hebben van minstens 60% ten gevolge van de coronavirusmaatregelen ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de laatste drie kwartalen van 2019 wordt de gerealiseerde omzet in de periode van 1 april tot en met 31 december 2020 vergeleken met de verwachte omzet van diezelfde periode, vermeld in het financieel plan;
  • in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een boekhoudkundig verlies voor aftrek van belasting geleden hebben.

Zijn uitgesloten
Eenmanszaken komen niet in aanmerking, net zo min als holdingvennootschappen, patrimoniumvennootschappen, managementvennootschappen en ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder of vennoot verbonden is met een andere onderneming die de subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen.

Bedrag
De steun bedraagt 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode van 1 april tot en met 31 december 2019. Deze steun wordt beperkt tot 90% voor kleine ondernemingen en 70% voor middelgrote en grote ondernemingen van de niet gedekte vaste kosten in de periode van 1 april tot en met 31 december 2020. Niet gedekte vaste kosten is het verlies vóór aftrek van de belastingen.

Het maximale steunbedrag wordt op twee manieren bepaald.
1° op basis van de verruimde tewerkstelling in de laatste 3 kwartalen van 2019 en de omzetdaling
Verruimde tewerkstelling Omzetdaling 60-69% Omzetdaling 70-89% Omzetdaling >90%
1-4 werknemers €15.000 €30.000 €50.000
5-19 werknemers €25.000 €50.000 €100.000
20-49 werknemers €50.000 €100.000 €250.000
50-199 werknemers €250.000 €500.000 €1.000.000
>199 werknemers €500.000 €1.000.000 €2.000.000


2° op basis van de minimale RSZ-tewerkstelling in de laatste 3 kwartalen van 2019, de minimale omzet in de laatste 3 kwartalen van 2019  en de omzetdaling

Min. RSZ-tewerkst. Minimale omzet Omzetdaling 60-69% Omzetdaling 70-89% Omzetdaling >90%
1 werknemer €1.125.000 €25.000 €50.000 €100.000
5 werknemers €3.000.000 €50.000 €100.000 €250.000
10 werknemers €9.000.000 €250.000 €500.000 €1.000.000
20 werknemers €25.000.000 €500.000 €1.000.000 €2.000.000


Verruimde tewerkstelling en RSZ-tewerkstelling
De verruimde tewerkstelling bestaat uit:
  • de RSZ-tewerkstelling
  • het gemiddelde van de kwartaalgemiddelden in de drie laatste kwartalen van in 2019 voltijdsequivalent bij de onderneming tewerkgestelden met inbegrip van actief werkende vennoten (met een voltijds equivalent werkende vennoot wordt gelijkgesteld een vennoot met een netto belastbaar beroepsinkomen in 2019 van minimaal € 13.933,78 op jaarbasis); uitzendkrachten, aangesteld via een uitzendkantoor; jobstudenten, waarvoor geen RSZ verschuldigd is; medewerkers van dienstenleveranciers.

Het aantal voltijdsequivalent tewerkgestelde medewerkers van dienstenleveranciers wordt bepaald op basis van de gefactureerde bedragen, exclusief btw, voor diensten door de voormelde medewerkers die ingezet worden voor de uitvoering van de activiteiten van de onderneming. Een gefactureerd bedrag van € 50.000, exclusief btw, in de drie laatste kwartalen van 2019, wordt gelijkgesteld met één voltijds equivalent. Maximaal 5 voltijdsequivalenten worden in aanmerking genomen.

Met RSZ-tewerkstelling wordt bedoeld het gemiddelde van de kwartaalgemiddelden in de drie laatste kwartalen van 2019 van het aantal bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdsequivalent personeel en dit zowel voor voltijdse en deeltijdse tewerkstelling met arbeidsovereenkomst, de studentenarbeid waarop RSZ verschuldigd is, de flexi-jobbers en de gelegenheidswerknemers. Voor ondernemingen die gestart zijn vanaf het derde kwartaal van 2019 worden de kwartalen waarin de onderneming actief was in aanmerking genomen.

Worden in mindering gebracht
De reeds ontvangen corona-hinderpremie, de corona-compensatiepremie, de corona-ondersteuningspremie en de subsidies in het kader van het Vlaams Beschermingsmechanisme worden in mindering gebracht van deze subsidie. Indien de aanvraag positief beoordeeld wordt en na aftrek van de reeds genoten coronasteun het saldo positief is, dan wordt dit uitbetaald. Bij een negatief saldo ontvangt men geen bijkomende steun maar mag men, indien men voldoet aan de voorwaarden van ontvangen steunmaatregelen, de reeds genoten steun in 2020 behouden.

Aanvraag
De aanvraag zal online verlopen via VLAIO maar is voorlopig nog niet mogelijk.]]>
<![CDATA[Meer dan 20 werknemers? Dan zal u tegen 31 maart een werkgelegenheidsplan moeten opstellen]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/meer-dan-20-werknemers-dan-zal-u-tegen-31-maart-een-werkgelegenheidsplan-moeten-opstellen Tue, 02 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/meer-dan-20-werknemers-dan-zal-u-tegen-31-maart-een-werkgelegenheidsplan-moeten-opstellen Om de vier jaar wordt nagegaan welke bedrijven een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers moeten opstellen. De vorige periode van vier jaar eindigde op 31 december 2020. Stelde u op de eerste werkdag van dit jaar meer dan 20 werknemers tewerk, dan zal u vóór eind maart een (nieuw) werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers moeten opmaken. 

De drempel van 20 werknemers wordt telkens voor vier jaar vastgesteld. De laatste keer was op 2 januari 2017, wat betekent dat er dit jaar een nieuwe telling plaatsvindt op de eerste werkdag van het jaar, met name 2 januari 2021. Het aantal werknemers wordt hierbij berekend op basis van het aantal voltijdse equivalenten, als bewijs gelden de dimona-aangiften. Ook extra's, flexi’s, studenten en uitzendkrachten tellen hiervoor mee.

Blijkt dat u boven de drempel van 20 werknemers zit, dan zal u voor de volgende vier jaar zo’n werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers moeten opmaken. Ook al stelt u zelf geen oudere werknemers tewerk. Stelde u op de eerste werkdag van 2021 minder dan 20 werknemers tewerk, dan bent u voor de volgende vier jaar vrijgesteld van deze verplichting. Hou er echter wel rekening mee dat indien u meerdere bedrijven bezit die afzonderlijk niet aan het vereiste aantal werknemers komen, het best kan zijn dat men deze toch als een eenheid zal beschouwen, net zoals dat bij de sociale verkiezingen het geval kan zijn.

Maakte u vier jaar geleden ook al zo’n plan op, dan zal u dit nu moeten vernieuwen. Als werkgever moet u hiertoe zelf het initiatief nemen en dit binnen de drie maanden na afsluiting van het boekjaar. Volgt uw boekjaar het kalenderjaar, dan is de deadline dus 31 maart.

Het plan moet een overzicht geven van de maatregelen die u in uw onderneming genomen heeft of plant te nemen inzake de tewerkstelling van oudere werknemers. Daarmee bedoelt men – hou u vast – 45-plussers. Die maatregelen kunnen betrekking hebben op aanwerving, opleidingen, loonbaanplanning, gezondheid, aanpassing van de arbeidstijden en -omstandigheden, enz… Ook de reeds bestaande maatregelen mag u mee in het plan opnemen.

Het plan kan jaarlijks of meteen voor vier jaar worden opgesteld. Jaarlijks legt u het plan en de evolutie van het plan voor aan de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging of het comité PBW, die hierover een advies kunnen uitbrengen. In ondernemingen met meer dan 20 en minder dan 50 werknemers waar deze organen niet aanwezig zijn, moet de werkgever de werknemers evenwel enkel informeren over het plan. Overleg is hier niet vereist.

Er is geen verplichte vorm voorzien voor het plan, wel moet het plan een aantal verplichte gegevens bevatten zoals de ondernemingsspecifieke jaarlijkse en/of meerjarenmaatregelen om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen. Op de website van de FOD WASO vindt u een model dat u hiervoor kan gebruiken.

U bent vervolgens verplicht om het plan gedurende vijf jaar te bewaren en ter beschikking te houden in geval van inspectie.]]>
<![CDATA[Deze maand ontvangt u uw sociale balans]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/deze-maand-ontvangt-u-uw-sociale-balans Tue, 02 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/deze-maand-ontvangt-u-uw-sociale-balans In de loop van de maand maart ontvangt u van uw sociaal secretariaat uw sociale balans voor het voorbije boekjaar.  De sociale balans is van toepassing op alle ondernemingen die verplicht zijn een jaarrekening op te stellen.

De sociale balans werd in 1995 ingevoerd als een meetinstrument voor de overheid en de sociale partners om gepaste maatregelen te kunnen nemen ter vermindering van de toen heersende werkloosheid. Vandaar dat u er vooral gegevens moet invullen over de het aantal werknemers binnen uw bedrijf, zoals het aantal gepresteerde uren, uw personeelskosten, personeelsverloop, maar ook uw opleidingsinspanningen. Iedere Belgische onderneming die zijn jaarrekening openbaar moet maken en die personeel tewerkstelt moet een sociale balans neerleggen.

In 2008 werd de sociale balans inhoudelijk herwerkt. De sociale balans bestaat uit drie delen.

Het eerste deel gaat over de werknemers die u tijdens het afgelopen boekjaar tewerkstelde, Het tweede deel behandelt het personeelsverloop tijdens dat boekjaar. In beide gevallen zal u de gegevens moeten opsplitsen naar geslacht en studiegegevens. Het derde deel is volledig gewijd aan opleidingsinitiatieven.

De gegevens over opleiding, studie en over de interims die u in 2020 gebruikte zijn meestal niet gekend bij uw sociaal secretariaat en zullen bijgevolg niet ingevuld zijn op de balans die u aangeleverd krijgt. U zal deze gegevens dus zelf moeten invullen, als u ze zelf al kent tenminste.

Vóór 2008 diende u ook alle financiële voordelen die u uit tewerkstellingsmaatregelen haalde op uw sociale balans te vermelden. Die verplichting is verdwenen met de komst van Trillium, het overzicht van alle gebruikte maatregelen dat u jaarlijks in februari van de RSZ ontvangt.

Sinds enkele jaren moet u uw sociale balans niet meer als onderdeel van de jaarrekening, maar als afzonderlijk document neerleggen. De sociale balans moet, net als de jaarrekening, neergelegd worden bij de Nationale Bank van België (Balanscentrale - Sociale balans, de Berlaimontlaan 14 1000 Brussel) binnen de 30 dagen na goedkeuring van de jaarrekening en uiterlijk binnen de zeven maanden na afsluiting van het boekjaar. Inden u toch beslist om de sociale balans samen met de jaarrekening neer te leggen, moet u die niet nog eens een tweede keer apart opsturen.

Hebt u een ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, dan dient u hen de sociale balans voor te leggen. Hebt u die niet, dan hebben uw personeelsleden nog steeds het recht om de sociale balans te raadplegen op de plaats waar ook het arbeidsreglement zich bevindt. De werkgever die zijn verplichtingen op het vlak van de sociale balans niet naleeft, kan worden bestraft met een strafrechtelijke of een administratieve geldboete.

Lees ook:
Deze maand in uw e-Box: het Trillium-overzicht]]>
<![CDATA[Vlaams Beschermingsmechanisme deel 4]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vlaams-beschermingsmechanisme-deel-4 Tue, 02 Mar 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vlaams-beschermingsmechanisme-deel-4 Ook voor januari en februari 2021 kunnen Vlaamse ondernemingen die verplicht moesten sluiten en ondernemingen met een grote omzetdaling ten gevolge van de coronamaatregelen gebruik maken van het Vlaams Beschermingsmechanisme.

De voorwaarden blijven dezelfde als de vorige keren. U zal een omzetdaling van minstens 60% ten gevolge van de coronamaatregelen moeten aantonen en een actieve exploitatiezetel hebben in Vlaanderen. Cafés en restaurants hoeven geen omzetdaling aan te tonen, tenzij de omzet in de referteperiode minstens 50% betrekking heeft op take away.

De steun bedraagt 10% van de omzet, exclusief btw op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie tijdens de maanden januari en februari 2020 of indien de onderneming dan nog niet gestart was, op basis van het financieel plan voor de maanden januari en februari 2021.

De maandelijkse subsidie bedraagt minimaal 600 EUR en maximaal:
  • 7.500 EUR indien u tot 9 werknemers tewerkstelt, ingeschreven bij de RSZ;
  • 15.000 EUR indien u van 10 tot 49 werknemers tewerkstelt, ingeschreven bij de RSZ;
  • 40.000 EUR indien u minstens 50 werknemers tewerkstelt, ingeschreven bij de RSZ.

Zelfstandigen in bijberoep (die beroepsinkomsten in bijberoep hadden in 2019 tussen 6.996,89 EUR en 13.993,78 EUR EN geen betrekking als loontrekkende uitoefenen die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking) krijgen 5% steun.

Indien u 50% of meer van uw omzet haalt uit toelevering aan een gesloten sector (eetgelegenheden met volledige bediening of met beperkte bediening), kan u als referentieperiode diegene kiezen die overeenstemt met de sluitingsperiode van de gesloten sector. Het minimale en maximale subsidiebedrag wordt pro rata berekend. U moet een omzetdaling van minstens 60% ten gevolge van de coronavirusmaatregelen aantonen.

De subsidieaanvraag voor de maand januari 2021 moet ten laatste op 15 maart 2021 bij VLAIO worden ingediend; die voor de maand februari wordt ten vroegste op 16 maart 2021 en ten laatste op 15 april 2021 ingediend.
Bij de subsidieaanvraag voegt u onder meer het ondernemingsnummer, alsook de omzet die in de btw-aangifte van het eerste kwartaal 2020 was opgenomen.]]>
<![CDATA[Tijdelijke verhoging thuiswerkvergoeding]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-verhoging-thuiswerkvergoeding Thu, 18 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-verhoging-thuiswerkvergoeding Het maximumbedrag van de vergoeding die werkgevers aan hun werknemers kunnen geven die op regelmatige basis thuis werken, wordt tussen april en juni tijdelijk verhoogd.

Werkgevers mogen aan werknemers die tijdens de corona-crisis op een structurele basis van thuis uit werken, een onkostenvergoeding geven ter compensatie van de gemaakte kosten. Denken we hierbij aan het gebruik van eigen bureauruimte, eigen kantoormateriaal, eigen printer, internet, verwarming  enz… En dit vrij van belastingen en RSZ. Voorwaarde is wel dat de werknemer minstens vijf dagen per maand van thuis uit werkt.

De maximale vergoeding bedraagt normaal 129,48 euro per maand. Tijdens de maanden april, mei en juni 2021 mag deze echter opgetrokken worden tot 144,31 euro.

De werkgever is evenwel niet verplicht om een vergoeding te geven, noch om het maximale bedrag uit te keren.]]>
<![CDATA[Mag een werkgever zijn werknemers verplichten zich te laten vaccineren?]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/mag-een-werkgever-zijn-werknemers-verplichten-zich-te-laten-vaccineren Thu, 18 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/mag-een-werkgever-zijn-werknemers-verplichten-zich-te-laten-vaccineren Binnenkort zullen we allemaal een uitnodiging in de bus krijgen om een coronaspuitje te laten zetten. Inenten gebeurt op vrijwillige basis en wordt door de overheid niet verplicht. Maar kan u uw werknemers wel opleggen om zich te laten vaccineren? Kan u een bewijs van inenting vragen? En welke maatregelen kan u nemen als ze dit toch niet willen doen?

Na een jaar van kommer en kwel schijnt er met de coronavaccins eindelijk een lichtje aan het einde van de tunnel. Maar dan moet wel iedereen meedoen natuurlijk en dat lijkt niet vanzelfsprekend, de inenting is niet verplicht, zelfs bij het zorgpersoneel dat al eerder werd ingeënt bleken er heel wat vaccinweigeraars te zitten en de stem van de antivaxxers klinkt steeds luider. Als horeca-werkgever zal u waarschijnlijk wel graag hebben dat uw werknemers zich zo snel mogelijk laten inenten, maar hoever kan u hierin gaan? Niet ver, zo blijkt.

Kan u uw werknemers verplichten zich te laten vaccineren?
Neen. De overheid legt al geen verplichte vaccinatie op dus kan de werkgever het al helemaal niet vermits dit raakt aan de lichamelijke intregiteit van de werknemer. Zelfs werkgevers uit de zorg kunnen dit niet. Het enige wat u kan doen is uw werknemers sterk aanbevelen om zich te laten inenten door te sensibiliseren en te informeren.

Kan u uw werknemers ontraden om zich te laten vaccineren?
Stel u bent zelf een overtuigd antivaxxer en gelooft niet in de heilzame effecten van een vaccin of erger nog, u vreest dat het inbrengen van een experimenteel geneesmiddel meer kwaad dan goed kan doen. U laat zich dus niet vaccineren, maar kan u beletten dat uw werknemers dit ook doen?
Neen, de werkgever moet als goede huisvader waken over de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers. Wanneer uw werknemers blootgesteld worden aan een virus waarvoor een geneesmiddel beschikbaar is, dan bent u verplicht om hen ten minste de mogelijkheid te bieden om zich te laten vaccineren.

Kan u uw werknemers om een bewijs van vaccinatie vragen?
Vragen staat vrij, maar het eisen kan niet. Laten uw werknemers, of een aantal van uw werknemers, u wel spontaan weten dat ze ingeënt zijn, dan nog mag u deze informatie niet verwerken of registreren. U mag met andere woorden geen lijstjes aanleggen van wie wel (reeds) of niet gevaccineerd is. Dat is in strijd met de GDPR.

Kan u uw werknemers om een bewijs van arbeidsgeschiktheid vragen?
Alweer negatief. U mag geen bewijs van arbeidsgeschiktheid vragen wanneer u heropstart. U mag uw werknemers evenmin verplichten om een coronatest te ondergaan.

Kan u werknemers die zich niet laten vaccineren bestraffen?
Alweer neen. Aan het al dan niet gevaccineerd zijn mag u geen nadelige gevolgen koppelen zoals een functiewijziging, een waarschuwing of een ontslag. Omgekeerd mag u werknemers die zich wel laten inenten hiervoor ook niet belonen met een bonus of een promotie. ]]>
<![CDATA[Nieuwe steunmaatregelen tot 30 juni]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-steunmaatregelen-tot-30-juni Thu, 18 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-steunmaatregelen-tot-30-juni Het kernkabinet besliste vorige week over het steunpakket dat de volgende maanden bedrijven, werknemers en kwetsbare personen beter moet beschermen en door de crisis moet loodsen. Het gaat zowel om verlengingen van bestaande maatregelen als om nieuwe maatregelen.

We geven u alvast een greep uit de nieuwe maatregelen. De volledige lijst kan u nalezen op de webiste van de overheid. De meeste van deze maatregelen moeten wel nog concreet worden uitgewerkt.

Tijdelijke werkloosheid
Het vereenvoudigde systeem van tijdelijke werkloosheid overmacht corona wordt verlengd tot 30 juni 2021 en dit voor alle sectoren. Ook de verlaagde bedrijfsvoorheffing (15%) blijft gehandhaafd.

Premie ter ondersteuning van de werknemers
Werknemers met een laag loon, die langdurig tijdelijk werkloos zijn geweest (meer dan 52 dagen sinds de start van de coronacrisis), en die tewerkgesteld zijn in een sector die op 1 maart 2021 nog steeds verplicht gesloten is, zullen een eenmalige premie ontvangen van maximaal 780 euro bruto. Het concrete bedrag hangt af van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid in de maanden januari, februari en maart 2021.

Dubbel crisis-overbruggingsrecht
Ook het dubbel crisis overbruggingsrecht voor zelfstandigen wordt verlengd tot 30 juni. Dit geldt voor zelfstandigen uit de verplicht gesloten sectoren en voor wie daarvan afhankelijk is. Voor zelfstandigen die nog wel kunnen werken, maar die een omzetdaling van minstens 40% kennen, is er het enkel overbruggingsrecht.

Studentencontingent
De uren die een student tot 30 juni 2021 presteert in de zorg en het onderwijs, tellen niet mee in het contingent van 475 uren.

Werken in landbouw, zorg en onderwijs
Tijdelijk werklozen uit gesloten sectoren mogen dan weer in de land- en tuinbouw, in de zorgsector en in het onderwijs werken met behoud van 75% van hun uitkering. Er kunnen hiervoor opeenvolgende contracten van bepaalde duur van minstens zeven dagen worden afgesloten.

Vermindering patronale bijdrage eventsector
Om de voorbereiding van de heropening van de evenementensector (incl. culturele en huwelijkssector) te steunen, wordt de patronale bijdrage voor werknemers verminderd. Er wordt nog bekeken hoe dit precies zal gebeuren.

Belastingvermindering kwijtgescholden huur
Verhuurders worden fiscaal aangemoedigd om voor de maanden maart tot mei een deel of de volledige huur van handelspanden kwijt te schelden in de sectoren die verplicht gesloten zijn. De kwijtschelding kan voor 30% ingebracht worden als belastingvermindering.

Afschaffen voorschotregelingen december 2021
Om ondernemingen de nodige ademruimte te geven op het vlak van liquiditeiten in 2021, worden de decembervoorschotten voor de bedrijfsvoorheffing en de BTW afgeschaft en verrekend in het volgend boekjaar (01/2022).

Vrijstelling FAVV-heffingen in de horeca
Elke vennootschap of natuurlijk persoon die onder de controlebevoegdheid van het federaal voedselagentschap FAVV valt, moet hiervoor een jaarlijkse heffing betalen. De horeca wordt in 2021 vrijgesteld van deze heffing.

Vennootschapsbelasting
De betaling van de vennootschapsbelasting wordt verder uitgesteld.]]>
<![CDATA[Nieuwe Waalse maatregelen voor getroffen sectoren]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-waalse-maatregelen-voor-getroffen-sectoren Tue, 09 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-waalse-maatregelen-voor-getroffen-sectoren Op voorstel van Minister van Economie Willy Borsus, heeft de Waalse gewestregering vorige week vier bijkomende ondersteuningsmaatregelen aangekondigd.

Er zijn vier bijkomende tegemoetkomingen:
- voor de ondernemingen en zelfstandigen die nog steeds gesloten zijn, zoals de horeca;
- specifiek voor de hotelsector;
- voor ondernemingen en zelfstandigen actief in B2B die sterk getroffen zijn door de verplichte sluiting;
- voor bepaalde specifieke sectoren zoals reisagentschappen en verhuurbedrijven.

1.  Tegemoetkoming voor sectoren die nog steeds gesloten zijn
Hieronder vallen volgende activiteiten op basis van de NACE-code :

55.202 Vakantieparken
55.300 Kampeerterreinen en kampeerauto- en caravanterreinen
56.101 Eetgelegenheden met volledige bediening
56.102 Eetgelegenheden met beperkte bediening
56.210 Catering
56.301 Cafés en bars
56.302 Discotheken, dancings en dergelijke
56.309 Andere drinkgelegenheden

De volledige lijst kan u terugvinden op de website van de Minister van Economie.

Voor ondernemingen die gesloten zijn sinds 19 oktober 2020 wordt een vergoeding toegekend van 4.000 tot 12.000 euro afhankelijk van de grootte van de onderneming, uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE).

Schaal 1 (0 VTE): €4.000
Schaal 2: (1 tot 4 VTE): €6.500
Schaal 3: (5 tot 9 VTE): €9.500
Schaal 4: (≥10 VTE): €12.000

Voor ondernemingen die gesloten zijn sinds 2 november 2020 varieert de vergoeding van 3.250 tot 9.750 euro volgens volgende schalen:
Schaal 1 (0 VTE): €3.250
Schaal 2: (1 tot 4 VTE): €5.500
Schaal 3: (5 tot 9 VTE): €7.500
Schaal 4: (≥10 VTE): €9.750

2.  Tegemoetkoming specifiek voor de hotelsector
Hoewel hotels niet verplicht moesten sluiten, zijn zij eveneens sterk getroffen door de corona-pandemie en de maatregelen die in dat kader werden genomen. Denken we daarbij aan het grotendeels wegvallen van het toerisme, de afgelasting van evenementen en de sluiting van de restaurants. Om de onmiddellijke economische impact van de crisis op deze sector te verminderen, heeft de Waalse gewestregering beslist om aan de hotelsector (NACE-code 55.100) een speciale vergoeding toe te kennen onder de vorm van een forfait van 1.000 euro per kamer.

3.  Tegemoetkoming voor ondernemingen en zelfstandigen actief in B2B die sterk getroffen zijn door de verplichte sluiting
Voor ondernemingen actief in B2B en toeleveranciers van verplicht gesloten sectoren, zoals de horeca of de evenementensector, is de situatie bijzonder complex. Denken we daarbij aan brouwerijen, bepaalde wasserijen, verhuurbedrijven en dienstverleners. Voor hen wordt momenteel nog een gepaste vergoeding uitgewerkt, aangepast aan de specifieke situatie. Hierbij zal onder meer rekening worden gehouden met de band met de getroffen sectoren en de omvang van het omzetverlies.

Meer informatie kan u terugvinden op de website 1890.be, of telefonisch op het gratis nummer 1718. ]]>
<![CDATA[Deze maand in uw e-Box: het Trillium-overzicht]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/deze-maand-in-uw-e-box-het-trillium-overzicht Tue, 09 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/deze-maand-in-uw-e-box-het-trillium-overzicht Tussen 1 en 28 februari verzendt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) aan alle werkgevers het “Trillium”-document. Dat is het jaarlijks overzicht van de RSZ-verminderingen die u tijdens het voorbije jaar genoot.

Op het Trillium-overzicht kan u alle RSZ-kortingen terugvinden die u genoot voor de periode van 1 oktober 2019 tot en met 30 september 2020. Opgedeeld per tewerkstellingsmaatregelen en met vermelding van het aantal werknemers dat hierin betrokken was, in absolute aantallen en in voltijdse equivalenten. Daarnaast ziet u voor elke maatregel ook het bedrag van het financiële voordeel. Maar er staat ook informatie op over de tewerkstelling van studenten en flexi-jobbers. De RSZ baseert zich hiervoor op uw kwartaalaangiften.

De meest voorkomend kortingen zijn:

  • De structurele lastenvermindering
  • De doelgroepvermindering horeca (GKS-korting)
  • De Vlaamse doelgroepvermindering voor jongere werknemers
  • De Vlaamse doelgroepvermindering voor oudere werknemers
  • De doelgroepvermindering eerste zes werknemers
  • De doelgroepvermindering voor mentors

Het document wordt verstuurd naar uw e-Box op de website van de sociale zekerheid. Vergeet het er dus niet af te halen. Hebt u uw e-Box nog niet geactiveerd, dan ontvangt u het document per post.

De werkgever dient deze informatie binnen de maand na ontvangst mee te delen aan de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging. Hebt u geen van beide organen, wat bij de meesten van u het geval zal zijn, dan dient u het document uit te hangen op de plaats waar ook uw arbeidsreglement, uw sociale balans en andere mededelingen door het personeel kunnen geconsulteerd worden. Op de niet naleving van deze informatieplicht staan geldboetes, al zullen inspecteurs hiertoe bij een eerste overtreding meestal niet overgaan.]]>
<![CDATA[Arbeidsarts wordt ingeschakeld in coronabestrijding]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/arbeidsarts-wordt-ingeschakeld-in-coronabestrijding Tue, 09 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/arbeidsarts-wordt-ingeschakeld-in-coronabestrijding Een recent KB kent de arbeidsarts een aantal bijkomende bevoegdheden toe in de strijd tegen het coronavirus. Het gaat onder meer over contactopsporing op de werkvloer, testen en het uitschrijven van quarantaineattesten aan werknemers. De tijdelijke maatregelen blijven van toepassing tot zolang de pandemie niet onder controle is.

Contactopsporing, quarantaine en testen in het kader van COVID-19 maken normaal geen deel uit van de bevoegdheden van de arbeidsarts. Het nieuwe KB kent de arbeidsarts nu wel tijdelijk een aantal bijkomende taken toe die een einde nemen zodra de omstandigheden ze niet meer vereisen. Op deze manier kan ook de arbeidsarts worden ingezet bij de bestrijding van de pandemie.

De voornaamste taak bestaat in het opsporen van hoogrisico-contacten op de werkvloer. Zodra een arbeidsarts op de hoogte wordt gesteld van een besmetting bij een werknemer, een klant of een andere persoon die fysiek in de onderneming aanwezig was in de dagen voorafgaand aan de positieve test of het optreden van de symptomen, zal hij op zoek gaan welke collega’s of derden met de besmette persoon in contact zijn geweest. De arbeidsarts kan hiervan zowel door de werkgever, de werknemer als door contactopsporingsdiensten van de overheid op de hoogte gebracht worden.

De arbeidsarts kan vervolgens quarantaineattesten uitschrijven voor de werknemers die als hoogrisico-contact worden beschouwd. Dit attest kan eventueel worden gebruikt voor het aanvragen van een werkloosheiduitkering.

In bepaalde gevallen kan de arbeidsarts de werknemers die als hoogrisico-contact geïdentificeerd werden laten testen of zelf testen. Het systematisch testen of testen zonder aanwijzing is echter niet toegelaten.

De taken in het kader van de COVID-19-bestrijding hebben voorrang op andere taken, zoals het periodiek gezondheidstoezicht of re-integratieonderzoeken die hierdoor kunnen uitgesteld worden.

Tegenover deze nieuwe taken staan ook een aantal nieuwe verplichtingen voor de werkgevers en de werknemers die hun volledige medewerking zullen moeten verlenen aan de arbeidsarts. Zo moeten zij de arbeidsarts zo snel mogelijk verwittigen bij een mogelijke besmetting en hoogrisico-contanten op de werkvloer, dienen de raadgevingen en aanbevelingen van de arbeidsarts opgevolgd te worden, bijvoorbeeld voor het nemen van bepaalde preventiemaatregelen, het opvolgen van quarantaine of van een doorverwijzing voor een coronatest en zal de werkgever moeten nagaan of eerder genomen preventiemaatregelen eventueel moeten worden aangepast. Wie deze regels niet naleeft riskeert een boete.

Intussen werd ook al vanuit verschillende kanten de vraag gesteld om arbeidsartsen en externe diensten in te schakelen in de inentingen tegen het coronavirus. Hierover werd nog geen beslissing genomen.]]>
<![CDATA[Tegen 31 maart moet het jaarverslag van uw interne dienst klaar zijn]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tegen-31-maart-moet-het-jaarverslag-van-uw-interne-dienst-klaar-zijn Tue, 09 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tegen-31-maart-moet-het-jaarverslag-van-uw-interne-dienst-klaar-zijn Elk jaar tegen 31 maart moet de preventieadviseur van uw onderneming het jaarverslag over de werking van de interne dienst opstellen.

Preventieadviseur? Interne dienst? Die hebben wij helemaal niet, hoor ik u al denken. Maar dat is fout. Elke werkgever moet erop toezien dat zijn werknemers hun werk in veilige en gezonde omstandigheden kunnen uitvoeren. De Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW) is met dit toezicht belast. Deze dienst bestaat minstens uit een preventieadviseur, een rol die in zaken met minder dan twintig werknemers door de werkgever zelf kan ingevuld worden. U zal zich dan wel steeds moeten laten bijstaan door een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming.

Bent u iets groter en hebt u een Comité voor Preventie en Bescherming in huis, dan is het jaarlijkse verslag van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming u wellicht niet vreemd. In het andere geval zal het u misschien niet veel zeggen. Misschien hebt u er zelfs nooit één opgemaakt. Nochtans is het één van die vele jaarlijkse verplichtingen waar alle bedrijven aan moeten voldoen. Ook als u minder dan twintig werknemers tewerkstelt. Het jaarverslag moet tegen 31 maart 2021 klaar zijn.

Wat staat er in dat jaarverslag?
Het jaarverslag bevat alle gegevens van het afgelopen jaar (2020) over de veiligheid en gezondheid van de werknemers van uw onderneming. Denk daarbij aan uw arbeidsongevallenstatistieken en eventuele preventieve maatregelen die u nam – rond COVID-19 bijvoorbeeld waren dat er best een aantal. Maar er staat ook informatie in over uw Externe Dienst en algemene cijfergegevens over o.m. het aantal gepresteerde arbeidsuren die u terugvindt in uw sociale balans. De inhoud is vastgelegd door de wetgever, modellen (A, B en C) vindt u op de website van de FOD WASO. Bedrijven met minder dan 50 werknemers gebruiken formulier A. U kan hier ook heel wat voorbeelden en tips vinden voor het invullen.

Sinds enkele jaren moet u het verslag niet meer opsturen naar de regionale directie van de Dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk, maar u moet het wel ter beschikking houden voor een eventuele controle van de bevoegde inspectiediensten. Hoewel alle bedrijven dit document moeten invullen, zijn de inspectiediensten doorgaans wel milder voor bedrijven met minder dan tien werknemers. Dat neemt niet weg dat het niet naleven van deze verplichtingen kan bestraft worden met een sanctie van niveau 3, het op één na hoogste niveau van straffen in het sociaal strafwetboek. Een wettelijke bewaartermijn is niet voorzien, maar vaak wordt 10 jaar geadviseerd.

Voor hulp bij het opmaken van dit jaarverslag kan u zich wenden tot uw Externe Dienst.]]>
<![CDATA[Nieuw referentiekader voor verplicht of aanbevolen telewerk]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-referentiekader-voor-verplicht-of-aanbevolen-telewerk Thu, 04 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-referentiekader-voor-verplicht-of-aanbevolen-telewerk Telewerken is nu al bijna een jaar de norm. Toch ontbrak tot op heden een duidelijk wettelijk kader dat dit thuiswerken regelde. Een nieuwe cao, nummer 149, schept duidelijkheid voor telewerk dat aanbevolen of verplicht is als gevolg van de corona-crisis.

De arbeidswetgeving hield tot voor kort rekening met twee vormen van telewerken: enerzijds het structurele telewerk dat op regelmatige basis wordt uitgevoerd, anderzijds occasioneel telewerk in het geval een werknemer om persoonlijke redenen een dagje van thuis uit werkt. Het aanbevolen of verplichte telewerk van het voorbije jaar viel wettelijk gezien tussen twee stoelen, waardoor er geen administratieve formaliteiten of wettelijke verplichtingen aan verbonden waren. Daar brengt cao 149 nu verandering in.

De nieuwe cao is er specifiek voor het telewerk dat verplicht wordt opgelegd of wordt aanbevolen in het kader van de strijd tegen het corona-virus. De cao is bedoeld voor ondernemingen die op 1 januari 2021 nog geen eigen regeling i.v.m. hetzij structureel, hetzij occasioneel telewerk hadden uitgewerkt in een ondernemings-cao, in het arbeidsreglement of in individuele overeenkomsten. Voor bedrijven die reeds een beleid hebben rond telewerk wijzigt er niets. De nieuwe cao treedt sowieso buiten werking op 31 december 2021 of kan reeds vroeger vervallen indien de covid-maatrgelen eerder worden opgeheven.

Cao 149 dwingt werkgevers om hun telewerk-beleid tegen het licht te houden en biedt een houvast voor de verplichte afspraken die werkgever en werknemers voortaan moeten maken rond telewerk en dit m.b.t.
  • de terbeschikkingstelling van apparatuur (pc, scherm, printer,…) door de werkgever en de technische ondersteuning bij de installatie ervan of bij problemen;
  • de vergoeding wanneer de telewerker zijn eigen apparatuur gebruikt of in geval van installatie van computerprogramma’s;
  • de vergoeding bij eventuele bijkomende verbindings- of telefoniekosten.

Maar ook op praktisch vlak moeten afspraken gemaakt worden bijvoorbeeld rond de bereikbaarheid en onbereikbaarheid van de werknemer, over de arbeidsduur en de organisatie daarvan indien deze zou afwijken van de normale uurroosters en over de manier waarop de werkgever controle uitoefent op het telewerk. Op het vlak van ergonomie en welzijn over de inrichting van de thuiswerkplek, het beeldschermgebruik en de maatregelen om sociale isolatie te voorkomen. In verband met deze laatste punten moet de werkgever ook de contactgegevens meedelen van de personen die hierin ondersteuning kunnen bieden. Meestal gaat het dan om de ergonoom of de arbeidsarts van de externe dienst voor preventie.

Wie nog geen telewerkbeleid had, zal dus dringend aan de slag moeten. Er zijn verschillende manieren waarop u deze afspraken kan vastleggen: in een telewerkpolicy, in een bijlage aan de individuele arbeidsovereenkomst, in uw arbeidsreglement of in een ondernemings-cao. Vervolgens dient u deze afspraken uitdrukkelijk te communiceren, bijvoorbeeld per mail, in een digitale vergadering of door iedereen het fysieke document te laten tekenen.]]>
<![CDATA[Mondmaskers ook op kantoor sterk aangeraden]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/mondmaskers-ook-op-kantoor-sterk-aangeraden Thu, 04 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/mondmaskers-ook-op-kantoor-sterk-aangeraden Wie op een gedeeld kantoor werkt, krijgt voortaan ook de aanbeveling om daar altijd een mondmasker te dragen. Bandana’s en sjaals kunnen niet langer het mondmasker vervangen, het gebruik van professionele FFP-maskers wordt niet aanbevolen.

Wie een kantoor deelt met collega’s zou ook daar best de hele tijd een mondmasker dragen, zelfs wanneer er meer dan anderhalve meter afstand kan gehouden worden. De werkomgeving blijft nog steeds één van de belangrijkste haarden van besmetting door rondvliegende aerosolen. Dat staat in een nieuw rapport van de Risk Assesment Group (RAG). Voorlopig geldt het enkel als een expliciete aanbeveling, zeker wanneer werknemers lang in een ruimte verblijven, wanneer er veel gepraat wordt en wanneer de verluchting ontoereikend is. Het mondmasker afzetten tijdens rook-, koffie- of eetpauzes gebeurt best alleen of minstens met de nodige afstand.

Herbruikbaar stoffen masker of papieren wegwerpmasker genieten de voorkeur en kunnen beide even efficiënt zijn. Sommige mondbedekkingen zijn voortaan echter niet meer toegelaten op plaatsen waar mondmaskerplicht geldt. Sjaals of bandana’s mogen niet langer als alternatief voor het mondmasker gebruikt worden. Ook de maskers met een ventiel, die men bijvoorbeeld in doe-het-zelfzaken vindt, zijn niet langer toegelaten. Langs het ventieltje kunnen immers druppels ontsnappen.

Het rapport wijst ook de “professionele” FFP2-maskers af, die in Duitsland gedurende enkele weken verplicht waren. Deze maskers zijn duur, niet herbruikbaar en zitten ook niet comfortabel, waardoor het risico op het slecht dragen ervan groot is.]]>
<![CDATA[Diverse nieuwe afbetalingsplannen ]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/diverse-nieuwe-afbetalingsplannen- Thu, 04 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/diverse-nieuwe-afbetalingsplannen- Werkgevers met betalingsproblemen ten gevolge van de corona-crisis kunnen afbetalingsplannen aanvragen voor RSZ, RSVZ en de eindejaarspremie in de horeca.

Werkgevers die te kampen hebben met de sociaaleconomische gevolgen van het coronavirus zullen ook voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 een ‘bijzonder’ minnelijk afbetalingsplan bij de RSZ kunnen aanvragen. In tegenstelling tot de klassieke afbetalingsplannen zullen hierop geen bijdrageopslagen, forfaitaire vergoeding en/of verwijlinteresten aangerekend worden indien het plan wordt nageleefd. De werkgever zal hiervoor een gemotiveerde aanvraag bij de RSZ moeten indienen.

Wie problemen heeft met de betaling van zijn eindejaarspremie kan ook hiervoor vrij eenvoudig een afbetalingsplan aanvragen bij het waarborgfonds (info@fondshoreca.be). De afbetalingstermijn ligt vast op drie maanden. Weet wel dat de eindejaarspremie niet aan de werknemers zal gestort worden vooraleer het waarborgfonds het volledige bedrag heeft ontvangen.

Zelfstandigen die een jaar uitstel van betaling hebben gekregen voor de voorlopige bijdragen van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die in de loop van 2020 moesten betaald worden en die deze bijdragen ook in 2021 niet kunnen betalen, kunnen dan weer bij hun sociale verzekeringsfonds een afbetalingsplan vragen. Als het afbetalingsplan wordt nageleefd, heeft dat geen gevolgen voor de sociale uitkeringen van de betrokken zelfstandige. Voor meer info kan u terecht bij uw sociaal verzekeringsfonds.

Lees ook: 

Vrijstelling sociale zekerheidsbijdragen zelfstandigen opnieuw verlengd]]>
<![CDATA[Vrijstelling sociale bijdragen zelfstandigen opnieuw verlengd]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vrijstelling-sociale-bijdragen-zelfstandigen-opnieuw-verlengd Thu, 04 Feb 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/vrijstelling-sociale-bijdragen-zelfstandigen-opnieuw-verlengd Zelfstandigen die moeilijkheden hebben met de betaling van hun sociale bijdragen konden hiervoor reeds op een eenvoudige manier uitstel, vrijstelling of verlaging aanvragen. Deze maatregel werd nu ook verlengd voor de eerste twee kwartalen van 2021.

Zelfstandigen betalen elk kwartaal een sociale bijdrage aan het sociaal verzekeringsfond waarbij ze zijn aangesloten. Die bijdrage verschilt naargelang men zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep is. De jaarlijkse bijdrage bedraagt 20,5 procent van het netto belastbaar beroepsinkomen als zelfstandige en wordt aanvankelijk berekend op basis van het inkomen van drie jaar eerder of voor startende zelfstandigen op een minimumbedrag. Twee tot drie jaar later, wanneer het sociaal verzekeringsfonds van de fiscus de juiste gegevens doorkrijgt, wordt die voorlopige bijdrage gecorrigeerd d.m.v. zogenaamde “regularisatiebijdragen”.

Zelfstandigen die door de coronacrisis getroffen worden kunnen de betaling van hun bijdragen aanpassen op een manier die het best bij hun specifieke situatie past. Er zijn drie mogelijkheden:

Elke zelfstandige kan uitstel aanvragen voor zijn sociale bijdragen met behoud van sociale rechten en zonder de normale verhoging met 3 procent. De betaling van de bijdragen kan gespreid worden over twaalf maanden. Het uitstel geldt voor
  • de regularisatiebijdragen voor het jaar 2018 die in de loop van 2020 betaald moesten zijn of die vervallen op 31 maart 2021 of 30 juni 2021;
  • de regularisatiebijdragen voor 2019 die vervallen op 31 maart 2021 of 30 juni 2021;
  • de voorlopige sociale bijdragen van 2020;
  • de voorlopige sociale bijdragen van het eerste en tweede kwartaal 2021.

Zelfstandigen in hoofdberoep, meewerkende echtgenoten, mensen die na hun pensioen een zelfstandige activiteit uitoefenen en ook startende zelfstandigen die nog geen vier kwartalen actief zijn, kunnen zelfs een vrijstelling aanvragen voor de eerste twee kwartalen van 2021. Gedurende de corona-crisis bestaat hiervoor een vereenvoudigde aanvraagprocedure die automatisch zal worden toegekend. De vrijgestelde periodes tellen niet mee voor de pensioenrechten maar kunnen wel binnen de vijf jaar worden geregulariseerd.

Als derde mogelijkheid kunnen zelfstandigen via een vereenvoudigde procedure een verlaging aanvragen van de voorlopige sociale bijdragen voor heel 2021.

Wie van één van deze mogelijkheden gebruik wenst te maken, dient hiervoor contact op te nemen met zijn sociaal verzekeringsfonds.]]>
<![CDATA[Phoenix.brussels, een nieuwe aanwervingspremie voor werkgevers uit het Brussels gewest]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/phoenixbrussels-een-nieuwe-aanwervingspremie-voor-werkgevers-uit-het-brussels-gewest Tue, 19 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/phoenixbrussels-een-nieuwe-aanwervingspremie-voor-werkgevers-uit-het-brussels-gewest De Brusselse regering heeft onlangs een uitzonderlijke premie in het leven geroepen ter ondersteuning van werkgevers die nieuwe Brusselse werkzoekenden aanwerven die werden ontslagen omwille van de corona-crisis: phoenix.brussels.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil zo snel mogelijk de werknemers die ten gevolge van de corona-crisis hun werk verloren terug aan de slag krijgen. Ze lanceerde hiervoor de Phoenix.Brussels-premie. Die premie bestaat in twee verschillende varianten: een maandelijkse premie van 500 of van 800 euro, afhankelijk van het profiel van de werkzoekende die voorts aan volgende voorwaarden moet voldoen:

Voor de premie van max. 800 euro per maand:
  • gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk geweest;
  • zich tussen 1 april 2020 en 30 juni 2021 als niet-werkende werkzoekende bij Actiris hebben ingeschreven;
  • de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt;
  • hoogstens een getuigschrift hoger secundair onderwijs bezitten.

Voor de premie van max. 500 euro per maand:
  • gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk geweest;
  • zich tussen 1 april 2020 en 30 juni 2021 als niet-werkende werkzoekende bij Actiris hebben ingeschreven;
  • niet meer leerplichtig zijn;
  • jonger dan 30 jaar zijn;
  • een diploma of getuigschrift hoger dan een getuigschrift hoger secundair onderwijs bezitten.

De kandidaat-werknemer moet ten laatste op de dag vóór de aanwerving over het benodigde, door Actiris uitgereikte attest beschikken.

Voor de premie komen alle werkgevers uit de privé-sector in aanmerking, zowel in Brussel, Vlaanderen als Wallonië.

De werknemer moet tussen 1 januari en 31 december 2021 worden aangeworven (datum van ondertekening van de arbeidsovereenkomst) en ten laatste effectief in dienst treden op 31 maart 2022, met minimaal een halftijdse arbeidsovereenkomst (19 uur of meer) van onbepaalde duur of van minstens zes maanden.

Het bedrag van de premie wordt berekend in functie van het aantal gepresteerde uren. De premie is cumuleerbaar met de vermindering van de RSZ-bijdragen, maar er is geen cumulatie mogelijk met andere gewestelijke steun (bijv. activa.brussels). De toekenning van de premie wordt geschorst als de werknemer ten gevolge van COVID-19 op tijdelijke werkloosheid wordt gezet. 

De premie aanvragen doet u met een online formulier dat u uiterlijk twee maanden na de start van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bij Actiris indient of door datzelfde formulier te mailen naar phoenix.brussels@actiris.be. Bij het formulier voegt u een kopie van de door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst. Elke maand bezorgt u vervolgens de loonfiche van de werknemer en de door Actiris opgemaakte fiche “gepresteerde uren”.
]]>
<![CDATA[Dubbele overbruggingsuitkering ook in februari nog combineerbaar met take away]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/dubbele-overbruggingsuitkering-ook-in-februari-nog-combineerbaar-met-take-away Tue, 19 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/dubbele-overbruggingsuitkering-ook-in-februari-nog-combineerbaar-met-take-away Goed nieuws voor wie aan take away of delivery doet. De regering besliste eind vorige week dat het dubbele overbruggingsrecht nog minstens tot eind februari behouden blijft, ook voor wie nog gedeeltelijke activiteiten heeft zoals afhaal en levering. Indien de regering het nodig acht, kan deze maatregel hierna nogmaals verlengd worden.

Eerder kon u hier lezen dat het overbruggingsrecht voor zelfstandigen vanaf 1 februari zou wijzigen. Voor horeca-ondernemers bestond de grootste wijziging erin dat wie aan afhaal of levering doet niet langer zou kunnen genieten van de dubbele uitkering.

De Ministerraad besliste eind vorige week om deze wijziging alvast met een maand uit te stellen. Het dubbel overbruggingsrecht wordt hiermee verlengd voor de maand februari 2021, ook voor wie aan afhaal en levering doet.

Het nieuwe overbruggingsrecht gaat hierdoor pas in vanaf 1 maart. Wat wijzigt er dan?
  • De dubbele uitkering wordt opnieuw een enkele uitkering.
  • Wie niet minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen in de maand gesloten is, valt terug op een halve uitkering.
  • De uitkering is niet langer combineerbaar met afhaal en levering.

Werkgevers die afhaal en levering blijven doen, maar ook hotels die nog gedeeltelijk open zijn, kunnen vanaf 1 maart eventueel terugvallen op het “crisis-overbruggingsrecht bij ernstige omzetdaling”. Deze maatregel loopt nu al zeker tot 31 maart. Om hiervoor in aanmerking te komen moet men een inkomstenverlies van minstens 40% ten opzichte van dezelfde kalendermaand in 2019 kunnen aantonen.]]>
<![CDATA[De Vlaamse beschermingspremie deel 4]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-vlaamse-beschermingspremie-deel-4 Tue, 19 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-vlaamse-beschermingspremie-deel-4 Vlaamse ondernemingen die verplicht moeten sluiten kunnen, zonder dat ze daarvoor omzetverlies moeten bewijzen, rekenen op een premie van 10% van de omzet in de referteperiode. Toeleveranciers van de gesloten sectoren kunnen van hetzelfde beschermingsmechanisme gebruik maken indien ze een omzetdaling hebben van minstens 60%. Dit “Vlaams Beschermingsmechanisme” was er al voor de periode van augustus tot en met december 2020. Inmiddels zijn we aan deel 4 toe voor de maanden januari en februari.

Ondernemingen uit sectoren die verplicht gesloten zijn omwille van de corona-maatregelen, zoals de horeca, maar ook ondernemingen die een omzetdaling kunnen aantonen van minstens 60% (excl. BTW) tegenover de omzet van diezelfde periode in 2020, kunnen ook voor januari en februari 2021 blijven rekenen op een Vlaamse beschermingspremie.

De premie bedraagt 10% van de omzet (excl. BTW) van dezelfde periode vorig jaar, 5% voor zelfstandigen in bijberoep. Het minimale steunbedrag werd vastgesteld op 600 euro per maand. Het maximumbedrag is afhankelijk van het aantal werknemers.

De aanvraag voor januari 2021 kan ten vroegste gebeuren vanaf 16 februari en moet uiterlijk op 15 maart ingediend zijn.
De aanvraag voor februari 2021 kan ten vroegste gebeuren vanaf 16 maart en moet uiterlijk op 15 april ingediend zijn.

Voor uw aanvraag voor de periode van 16 november tot en met 31 december 2020 hebt u nog tot 15 februari de tijd. ]]>
<![CDATA[Nieuwe fiscale voordelen voor wie in 2021 opleidingen geeft]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-fiscale-voordelen-voor-wie-in-2021-opleidingen-geeft Fri, 15 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuwe-fiscale-voordelen-voor-wie-in-2021-opleidingen-geeft De federale regering wil werkgevers stimuleren om hun werknemers meer opleiding en vorming aan te bieden. Werkgevers die hun personeel in 2021 bijkomende opleidingen laten volgen kunnen daarom rekenen op nieuwe steunmaatregelen. Het voordeel heeft de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. De premie is er alleen voor werkgevers die hun werknemers meer opleidingsuren laten volgen dan wat nu reeds wettelijk wordt voorzien. De toekenningsvoorwaarden zijn wel bijzonder streng.

Om in aanmerking te komen voor deze maatregelen moeten werknemers minstens 6 maanden in dienst zijn bij de werkgever. De gebruikelijke opleidingen voor nieuwe werknemers komen voor deze maatregel dus niet in aanmerking.

De opleiding duurt bovendien minstens 10 dagen tijdens een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen. Die dagen moeten ook effectief worden bijgewoond. Ziekte schorst wel de periode van 30 dagen. Een dag bestaat uit 7,6 opleidingsuren, concreet gaat het dus om 76 opleidingsuren. Ook kortere opleidingen kunnen op die manier worden meegeteld. Voor deeltijdse werknemers wordt dit aantal dagen geproratiseerd.

Voor kleine ondernemingen (KMO’s) zijn die voorwaarden iets soepeler. Hier gaat het om een opleiding van minstens 5 dagen tijdens een periode van 75 kalenderdagen.

Per werknemer komen maar 10 periodes bij dezelfde werkgever in aanmerking.
Inhoudelijk kan het zowel gaan om formele (buiten de werkvloer) als om informele (op de werkvloer) opleidingen. Het aantal informele opleidingsdagen mag wel maar maximaal 10% bedragen bij een minimale duur van 10 dagen, 20% bij een minimale duur van 5 dagen.

Het mag bovendien niet gaan om wettelijk of reglementair verplichte opleidingen, zoals een stage, en de werkgever moet de kost ervan dragen. Ook de opleidingen die meetellen in de berekening van de naleving van de wettelijke opleidingsverplichting komen niet in aanmerking. Volgens de interprofessionele doelstellingen wordt elke werkgever immers nu reeds verondersteld om gemiddeld 5 opleidingsdagen per voltijds equivalent per jaar te organiseren. U zal dus al behoorlijk wat opleidingsdagen moeten inplannen alvorens u voor deze korting in aanmerking komt.

Het fiscaal voordeel heeft de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing en bedraagt 11,75% van het loon. Premies en voordelen alle aard tellen mee, dubbel vakantiegeld, eindejaarspremie en opzegvergoedingen niet. Het voordeel geldt enkel voor werknemers met een maximaal belastbaar bruto van 3.500 euro en het is de bezoldiging van de maand waarin de opleiding is afgerond die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de vrijstelling. ]]>
<![CDATA[Nieuw sinds vorig jaar: het mantelzorgverlof]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-sinds-vorig-jaar-het-mantelzorgverlof Fri, 15 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/nieuw-sinds-vorig-jaar-het-mantelzorgverlof Het heeft lang op zich laten wachten, maar sinds 1 september van vorig jaar kunnen werknemers die erkend zijn als mantelzorger gebruik maken van een nieuwe vorm van thematisch verlof: het mantelzorgverlof.

Het verlof voor mantelzorg is een nieuw thematisch verlof zoals we reeds het ouderschapsverlof, het verlof voor medische bijstand en palliatief verlof kennen. Oorspronkelijk had het al op 1 oktober 2019 moeten ingaan, maar door omstandigheden bleef het project een jaar lang in de schuif liggen, tot het in het najaar van vorig jaar opnieuw werd opgevist.

Naar schatting 800.000 zorgbehoevenden in ons land laten zich op één of andere manier informeel bijstaan door iemand uit hun directe omgeving, de zogenaamde “mantelzorgers”.

Om als mantelzorger erkend te worden moet men gelijktijdig aan volgende vier voorwaarden voldoen:
  • in België verblijven en ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister;
  • de zorg op zich nemen voor een vastgestelde hulpbehoevende die eveneens in België woont;
  • een vertrouwensrelatie of een nauwe, affectieve of geografische relatie hebben met de zorgbehoevende;
  • de zorg kosteloos en niet-beroepshalve, maar wel in samenwerking met minstens één professionele zorgverlener verstrekken.

De mantelzorger hoeft dus geen gezins- of familielid te zijn. Er is ook geen anciënniteitsvoorwaarde voor de opname van het verlof voor mantelzorg.

Wie als mantelzorger erkend wil worden moet eerst een erkenningsaanvraag indienen bij het ziekenfonds. Dat kan uitsluitend met het akkoord van de geholpen persoon of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger, door middel van een verklaring op eer. Wordt de erkenning goedgekeurd, dan ontvangt de mantelzorger hiervoor een attest van de mutualiteit. De erkenning blijft één jaar geldig, maar kan worden verlengd. Ook de geholpen persoon moet officieel erkend zijn als zorgbehoevend, wat onder meer een puntenbeoordeling van zijn of haar zelfredzaamheid behelst.

Eens erkend als mantelzorger heeft een werknemer recht op mantelzorgverlof. Dat kan de vorm aannemen van een volledige schorsing van de arbeidsprestaties gedurende één maand per zorgbehoevende persoon, of een vermindering met de helft of tot 1/5 gedurende twee maanden. Die laatste twee vormen zijn enkel voorbehouden voor voltijdse werknemers.

Gedurende zijn of haar volledige loopbaan heeft de mantelzorger recht op maximaal 6 voltijdse of 12 deeltijdse maanden mantelzorgverlof.

De aanvraagprocedure bestaat uit twee delen: enerzijds de aanvraag bij de RVA, anderzijds bij de werkgever. De aanvraag bij de werkgever moet minstens 7 dagen voor de aanvangsdatum gebeuren. Een werkgever kan steeds een andere termijn overeenkomen met zijn werknemers. De kennisgeving gebeurt schriftelijk door overhandiging of met een aangetekende brief, die zoals steeds pas geacht wordt ontvangen te zijn op de derde werkdag na verzending. De aanvraag moet naast gewenste vorm en periode ook een bewijs bevatten van erkenning als mantelzorger.

Tijdens het mantelzorgverlof ontvangt de werknemer geen loon, maar wel een onderbrekingsuitkering van de RVA. Die onderbrekingsuitkering is forfaitair.  Het bedrag wordt niet berekend in functie van het loon. Voor een voltijdse schorsing bedraagt die uitkering 851,59 euro bruto (765,33 euro netto), voor een alleenstaande is dit 1.400,01 euro bruto (1.259,19 euro netto).

Werknemers die mantelzorgverlof aanvragen zijn beschermd tegen ontslag vanaf de dag van de schriftelijke kennisgeving tot drie maanden na het einde van het mantelzorgverlof.]]>
<![CDATA[Voortaan vijf dagen extra geboorteverlof ]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/voortaan-vijf-dagen-extra-geboorteverlof- Thu, 14 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/voortaan-vijf-dagen-extra-geboorteverlof- Vanaf 1 januari 2021 stijgt het aantal dagen geboorteverlof – het vroegere vaderschapsverlof – naar 15 dagen. Vanaf 2023 worden dit zelfs 20 dagen.

Momenteel kan de vader of co-ouder 10 dagen opnemen, waarvan drie betaald door de werkgever en zeven door de mutualiteit. De bijkomende dagen komen eveneens ten laste van de mutualiteit en zullen dus geen invloed hebben op de loonkost. De vader of co-ouder kan dit geboorteverlof vrij opnemen in de vier maanden na de bevalling.

Ook voor zelfstandigen bestaat sinds vorig jaar de mogelijkheid om maximaal 10 dagen geboorte- of vaderschapsverlof op te nemen met een maximale vergoeding van 83,26 euro per dag, of een vergoeding voor maximaal 8 dagen met daarbovenop een premie van 135 euro in dienstencheques. Dat aantal dagen stijgt eveneens naar 15 dagen in 2021 en naar 20 dagen in 2023.]]>
<![CDATA[Tijdelijke werkloosheid en de gelijkstelling voor vakantie]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-werkloosheid-en-de-gelijkstelling-voor-vakantie Wed, 06 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/tijdelijke-werkloosheid-en-de-gelijkstelling-voor-vakantie Over de gelijkstelling van tijdelijke werkloosheid voor de vakantie in 2021 bestond al langer een akkoord voor de periode van 1 februari 2020 tot 31 augustus 2020. Over de maanden september tot en met december was er wel een princiepsakkoord, maar nog geen teksten. Die zijn er nu wel, evenals voor de wijze waarop deze gelijkstelling zal gebeuren.

Wie in 2020 voor een korte of langere  periode tijdelijk werkloos was, zal daar dit jaar alvast niets van merken in zijn vakantierechten of vakantiegeld. Er werd lang geredetwist over de financiële compensatie voor de meerkost die daartegenover stond. De wet daarover werd inmiddels gepubliceerd.

De compensatie zal anders verlopen voor arbeiders en bedienden, wat logisch is omdat de uitbetaling van vakantiegelden ook in normale jaren voor beide statuten verschillend verloopt.

Voor de arbeiders kreeg de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) een bedrag van 93.582.741 euro toegekend. Hoe dit onder de betrokken arbeiders zal verdeeld worden, moet nog worden uitgemaakt.

Voor de bedienden verloopt de uitbetaling en de compensatie anders. Hier wordt hetzelfde budget vrijgemaakt voor de RSZ. Die zal daarmee een deel van de meerkost die werkgevers door de gelijkstelling hebben, compenseren. Hier zijn de verdeelsleutels wel al bekend. Werkgevers zullen aanspraak kunnen maken op een deel van dit bedrag volgens het gemiddeld percentage tijdelijke werkloosheidsdagen in het tweede kwartaal 2020. Vanaf minstens 10% tijdelijke werkloosheid ten gevolge van corona komt men in aanmerking en hoe meer werkloosheid, hoe hoger het bedrag. Werkgevers die minder dan 10% werkloosheid hadden, ontvangen geen compensatie. De compensatievergoeding zal worden toegekend in het tweede kwartaal 2021 en wordt in mindering gebracht van de verschuldigde bijdragen voor het tweede kwartaal 2021 en eventuele volgende kwartalen in 2021.]]>
<![CDATA[Kan een werknemer tijdens zijn tijdelijke werkloosheid een bijberoep uitoefenen?]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/kan-een-werknemer-tijdens-zijn-tijdelijke-werkloosheid-een-bijberoep-uitoefenen Wed, 06 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/kan-een-werknemer-tijdens-zijn-tijdelijke-werkloosheid-een-bijberoep-uitoefenen Wanneer het gaat om een reeds eerder uitgeoefend bijberoep, lees vóór corona, kan een werknemer die ook tijdens zijn tijdelijke werklosheid verder uitoefenen. Voor werknemers uit bijzonder zwaar getroffen sectoren, zoals de horeca, zijn de regels zelfs iets soepeler.

Een reeds eerder uitgeoefend bijberoep, zowel als zelfstandige als in loondienst, kan tijdens een periode van werkloosheid verder worden uitgeoefend wanneer de betrokkene hiervan aangifte doet bij de RVA. In normale omstandigheden gelden ook nog een aantal voorwaarden inzake het tijdstip van de activiteit, de soort activiteit en mag men bepaalde inkomensgrenzen niet overschrijden.

Tot en met 31 maart 2021 wordt er voor werknemers uit bepaalde sectoren, zoals de horeca echter een versoepeling toegestaan indien ze in de drie maanden vóór ze op tijdelijke werkloosheid werden gesteld dat bijberoep reeds uitoefenden.

De versoepeling bestaat erin dat de werknemer zijn bijberoep niet moet aangeven bij de RVA en ook de andere voorwaarden, zoals het tijdstip van de activiteit en het soort activiteit, niet moet vervullen. Ook de daguitkering zal hierdoor niet worden verminderd.

Gaat het om een niet eerder uitgeoefende activiteit, dan zal de werknemer zo snel mogelijk en liefst voorafgaandelijk zijn uitbetalingsinstelling (Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen of vakbond) hiervan op de hoogte moten brengen, zodat er geen onterechte uitkeringen worden uitbetaald. De manier waarop dit moet gebeuren is niet strikt bepaald. Het kan zowel per brief, per mail als per telefoon, maar er bestaat ook een specifiek formulier voor op de RVA-website: CORONA-TW-AANGIFTE-WERK. In dit geval kunnen de inkomsten uit het bijberoep niet gecumuleerd worden met de werkloosheidsuitkering. De RVA zal indien nodig de teveel uitbetaalde uitkeringen terugvorderen.]]>
<![CDATA[Geen uitkering voor wie terugkeert uit rode zone]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/geen-uitkering-voor-wie-terugkeert-uit-rode-zone Wed, 06 Jan 2021 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/geen-uitkering-voor-wie-terugkeert-uit-rode-zone Wie terugkeert uit een rode zone – en dat zijn intussen de meeste landen – na een verblijf van meer dan 48 uur, moet eerst in quarantaine en zal het werk dus niet kunnen hervatten als de werkgever geen telewerk kan aanbieden. Deze personen zullen echter geen aanspraak kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. De RVA zal hier steekproeven op uitvoeren.

Wie uit een rode zone terugkeert wordt als een hoogrisicocontact beschouwd en zal gedurende minstens zeven dagen in quarantaine moeten en zich moeten laten testen op dag 1 en dag 7. Rode zones zijn die landen of streken waarnaar de Belgische overheid reizen ten sterkste afraadt of die zelf geen niet-essentiële reizen vanuit België toelaten.

Een werknemer die in quarantaine moet, dient zijn werkgever hiervan onmiddellijk te verwittigen. Dat geldt niet enkel bij terugkeer uit een rode zone, maar ook wanneer die persoon op een andere manier aan risico is blootgesteld, bijvoorbeeld omdat een gezinslid besmet werd. De werknemer ontvangt in zo’n geval een quarantaine-attest op basis waarvan ze kunnen terugvallen op een tijdelijke werkloosheidsuitkering van de RVA.

De minister van Werk kondigde echter aan dat wie terugkeert uit een rode zone geen aanspraak kan maken op een werkloosheidsuitkering, een standpunt dat de RVA eerder al innam. Enkel voor wie om een dwingende reden of voor het werk naar het buitenland moest kan eventueel een uitzondering worden gemaakt. Kan de werkgever geen telewerk aanbieden, dan zal de werknemer ook geen loon ontvangen voor die dagen. De werkgever kan hem dan bijvoorbeeld op onbetaalde toegestane afwezigheid, recup of vakantie plaatsen.

Het is voor de werkgever echter niet altijd gemakkelijk om dit te achterhalen en op te volgen. De werkgever kan hiervoor dan ook niet verantwoordelijk gesteld worden. Het blijft in de eerste plaats aan de werknemer om dit te melden op basis van het Passenger Locator Form (PLF). Op basis van dit PLF, dat iedereen die terugkeert uit het buitenland moet invullen, zal de RVA zelf steekproeven uitvoeren. Werknemers die in quarantaine moesten omdat ze uit een rode zone terugkwamen en daarvoor onterechte uitkeringen hebben ontvangen, zullen die dus moeten terugbetalen.]]>
<![CDATA[Minnelijke afbetalingsplannen RSZ]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/minnelijke-afbetalingsplannen-rsz Wed, 30 Dec 2020 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/minnelijke-afbetalingsplannen-rsz Werkgevers met betalingsmoeilijkheden kunnen bij de RSZ een minnelijk afbetalingsplan van maximaal 24 maanden aanvragen voor de sociale zekerheidsbijdragen van het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van 2020 én voor de bijdragen voor het vakantiegeld van 2019.

Het afbetalingsplan laat de werkgever toe om zijn schuld af te lossen in maandelijkse termijnen aangepast aan zijn mogelijkheden. Op deze manier kan u een invordering van uw schuld via dwangbevel vermijden. Wie zijn afbetalingsplan strikt naleeft, is bovendien geen toeslagen of intresten verschuldigd en kan intussen al zijn activiteiten normaal verder zetten.

Een afbetalingsplan aanvragen doet u online via het formulier onderaan deze pagina op de RSZ-website. Corona wordt momenteel aanvaard als voldoende reden voor het toekennen van een afbetalingsplan. Daarnaast moet er sprake zijn van een verlies van minimaal 20% van uw omzetcijfer. Als de RSZ verdere vragen heeft bij uw aanvraag zullen zij u binnen de twee werkdagen contacteren.

Voor meer informatie kan u terecht bij de dienst Minnelijke Invordering van de RSZ, elke werkdag tussen 9 uur en 12 uur op het nummer 02/509.20.44 of per mail  (plan@rsz.fgov.be).
]]>
<![CDATA[De overbruggingsuitkering in 2021]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-overbruggingsuitkering-in-2021 Wed, 30 Dec 2020 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-overbruggingsuitkering-in-2021 In 2021 wijzigt de overbruggingsuitkering voor zelfstandigen. Enkel wie verplicht is zijn zaak te sluiten en alle activiteiten volledig onderbreekt, kan nog aanspraak maken op de overbruggingsuitkering. Dat heeft dus gevolgen voor wie nu aan take away of delivery doet. In de plaats komt er wel steun voor wie een ernstige omzetdaling kan aantonen.

Zelfstandigen die hun zaak verplicht moesten sluiten en zelfstandigen die afhankelijk zijn van verplicht gesloten sectoren kunnen momenteel terugvallen op een crisis-overbruggingsuitkering waarvan de bedragen enkele maanden geleden verdubbeld werden tot 2.583,38 euro voor de zelfstandige zonder gezinslast en 3.228,20 euro voor de zelfstandige met gezinslast. Deze uitkering was er ook voor horeca-ondernemers die hun activiteiten slechts  gedeeltelijk onderbraken en overschakelden op take away of delivery. Deze regeling blijft bestaan tot 31 januari 2021.

Uiterste datum voor de aanvraag voor de maanden april, mei en juni 2020 is 31 december 2020; voor de maanden juli, augustus en september 2020: 31 maart 2021; voor de maanden oktober, november en december 2020: 30 juni 2021.
Het is nog niet duidelijk hoe lang het dubbele bedrag in 2021 wordt gehandhaafd.

Vanaf 1 februari 2021 is dit crisis-overbruggingsrecht er enkel nog voor wie verplicht gesloten is én de activiteiten gedurende minstens 15 kalenderdagen volledig onderbreekt. Wie aan afhaal of levering doet, kan er dus niet langer gebruik van maken. Voor hen is er mogelijk wel de “steun bij een ernstige omzetdaling”. Daarnaast moet een omzetdaling van minstens 40% kunnnen aangetoond worden in de maand voorafgaand aan de maand waarvoor hij de steun vraagt en dit ten opzichte van diezelfde kalendermaand in 2019. Concreet: voor de uitkering van februari 2021 moet de omzet in januari 2021 minstens 40% lager liggen dan de omzet in januari 2019.

Deze tweede uitkering bedraagt 1.937,53 euro per maand zonder gezinslast of 2.421,15 euro met gezinslast. Wie 12 kwartalen of minder zelfstandige is, moet wel voor minstens 2 van deze kwartalen zijn wettelijke voorlopige bijdrage betaald hebben. Wie langer dan 12 kwartalen zelfstandige is, moet minstens 4 van de 16 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal waarin de steun wordt aangevraagd, betaald hebben. Starters hebben bij een ernstige omzetdaling dus niet meteen recht op deze maatregel. 

Voor meer info over het overbruggingsrecht kan u terecht bij uw sociaal verzekeringsfonds.]]>
<![CDATA[Strengere controles op telewerken in dienstverlening]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/strengere-controles-op-telewerken-in-dienstverlening Wed, 30 Dec 2020 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/strengere-controles-op-telewerken-in-dienstverlening De telewerkverplichting zal voortaan nog strenger gecontroleerd worden, dat deelde FOD WASO mee. Vanaf januari 2021 zullen de sociale inspectiediensten nationale flitscontroles uitvoeren rond het verplichte telewerk. De controles zullen vooral in de dienstensector plaatsvinden.

Flitscontroles, zoals die ook in de horeca bekend zijn, hebben voornamelijk een informatief en preventief karakter en worden voorafgaand op de website van de SIOD, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, aangekondigd. Dit neemt niet weg dat tegen flagrante inbreuken kordaat zal worden opgetreden.

Op de website van de SIOD staan ook checklists van wat de inspecteurs tijdens een controle zoal nakijken en kunnen vragen. Zo is er ook een checklist m.b.t. de preventiemaatregelen inzake COVID-19.

Na een eerste periode van eerder preventief en coachend optreden, zullen de inspectiediensten wel overstappen naar een meer repressief beleid.
]]>
<![CDATA[De eindejaarspremie in de horeca (deel 3)]]> http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-eindejaarspremie-in-de-horeca-deel-3 Thu, 24 Dec 2020 12:00:00 GMT http://www.horecaismijnpassie.be/blog/detail/de-eindejaarspremie-in-de-horeca-deel-3 In tegenstelling tot vele andere sectoren, gebeurt de uitbetaling van de eindejaarspremie in pc 302 door het Waarborg- en Sociaal Fonds Horeca, dat de rol van “betalende derde” op zich neemt. De financiering van de premie verloopt via een maandelijkse bijdrage FBZ en dit zowel voor arbeiders als voor bedienden.

Werkgevers in de horeca betalen gedurende heel het jaar maandelijks een zogenaamde FBZ-bijdrage aan het horecafonds. Deze bijdrage bedraagt 12% van het brutoloon waarop sociale zekerheidsbijdragen berekend worden. Voor arbeiders wordt de bijdrage bijgevolg berekend op 108% van de brutoloonmassa, voor bedienden op 100%. Uw sociaal secretariaat maakt deze berekening voor u. U stort dit bedrag steeds vóór de 15de van de volgende maand aan het Waarborg en Sociaal Fonds van de Horeca. Met deze bijdrage financiert u de eindejaarspremie van uw werknemers. Voor flexi-jobs is deze voorafbetaling niet verplicht.

Werkgevers die deze maandelijkse voorafbetaling niet wensen te doen kunnen hiervoor een aangetekend verzoek sturen naar het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca vóór 31 maart van het jaar waarop de eindejaarspremie betrekking heeft. Voorwaarde is wel dat de werkgever gedurende tenminste drie jaar zijn maandelijkse voorafbetalingen FBZ op regelmatige wijze heeft betaald. Werkgevers die van deze vrijstelling gebruik maken dienen uiterlijk op 10 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de premie betrekking heeft, het volledige verschuldigde bedrag aan het Fonds over te maken. Bovendien zijn deze werkgevers een bijkomende intrest verschuldigd aan het Fonds die in de loop van de maand februari geïnd wordt.

Met die geïnde bedragen betaalt het Horecafonds de eindejaarspremies aan de werknemers uit. Dit is meteen haar belangrijkste opdracht. Het Fonds houdt de verschuldigde sociale en fiscale bijdragen af van de brutopremie en stort die rechtstreeks door aan de bevoegde instanties. Het Fonds bepaalt zelf niet welke werknemers er recht hebben op een eindejaarspremie en zal ook het bedrag van de premie niet berekenen. Die informatie moet u, of uw sociaal secretariaat, ten laatste op 10 januari aan het Fonds meedelen. Ook indien geen enkele werknemer recht zou hebben op een eindejaarspremie, moet dit aangegeven worden bij het Fonds. Dit is dan een zogenaamde “nihil aangifte”.

Het Fonds is wettelijk verplicht om de netto eindejaarspremie vóór 31 januari op de rekening van de werknemers te storten. Daarvoor is het belangrijk dat al uw medewerkers hun correcte rekeningnummer tijdig aan het Fonds doorgeven. Geen rekeningnummer is geen premie. Een (nieuw) rekeningnummer doorgeven kan via de portaalsite van het Horecafonds. Let wel, deze procedure kan tot ongeveer drie weken duren. Indien het Fonds niet beschikt over het rekeningnummer van een werknemer, dan krijgt die automatisch een formulier toegestuurd. Dit formulier moet ondertekend en gecertifieerd door de bank worden teruggestuurd.

Vooraleer het Fonds overgaat tot de effectieve betaling, krijgt u nog wel de kans om de lijst met betalingen, waar nodig, te corrigeren. Begin januari zal u van het Fonds een overzicht van de eindejaarspremies per werknemer ontvangen. Daarna hebt u tien kalenderdagen de tijd om eventuele correcties terug te mailen naar fonds@horeca.be. Na de uitbetaling worden de fiscale fiche 281.10 en de individuele rekening naar de werknemers gestuurd.

Of een werknemer al dan niet recht heeft op een premie en hoeveel deze premie bedraagt, kan men pas na afloop van het jaar bepalen. Doorheen het jaar zal u ook voor werknemers die geen recht blijken te hebben – bijvoorbeeld voor extra’s met onvoldoende prestaties of werknemers die in de loop van het jaar uw zaak vrijwillig verlieten – een bijdrage betaald hebben. Die teveel betaalde sommen stort het fonds na afloop automatisch terug op uw rekening.

Dit jaar krijgt het Waarborgfonds er nog een bijzondere opdracht bij. Het Fonds kreeg van de overheid een subsidie van 167.000.000 euro waarmee het dat deel van de eindejaarspremie moet betalen dat overeenstemt met de periode van tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de corona-crisis.

Op het nettobedrag dat de werknemers in de loop van de maand januari gestort krijgen, houdt het Waarborgfonds standaard 20% bedrijfsvoorheffing in. Voor de meeste werknemers is dat onvoldoende. Het verschil zal bijgevolg aangerekend worden in hun personenbelasting. Hetzelfde fenomeen doet zich dit jaar voor met de werkloosheidsuitkering. Ook daarop wordt onvoldoende bedrijfsvoorheffing ingehouden. Breng uw werknemers hiervan op de hoogte want hun belastingbrief kan volgend jaar wel eens een pak hoger liggen dan gewoonlijk.]]>