Sinds 1 januari wordt de werkloosheidsuitkering beperkt in de tijd. België aligneert zich hiermee met de meeste andere Europese landen. Sommigen noemen het nu al één van de grootste economische hervormingen van de voorbije decennia.
Hoewel de nieuwe regels al op 1 januari zijn ingegaan, zal de hervorming stapsgewijs plaatsvinden. In een eerste fase verliest wie langer dan 20 jaar werkloos is zijn uitkering. Vanaf 1 maart volgt iedereen die al acht jaar werkloos is, vanaf 1 april geldt de beperking voor iedereen. Werkzoekenden op wie deze hervorming een invloed heeft, ontvingen hiervan de voorbije maanden reeds een brief. Naar schatting 180.000 Belgen zullen hierdoor getroffen worden.
De duur van werkloosheidsuitkeringen wordt korter, het recht op uitkeringen strenger. Dat is kort samengevat wat de nieuwe werkloosheidsregels inhouden. Het recht op een werkloosheidsuitkering wordt voortaan beperkt tot een basisperiode van 12 maanden. Om daarvan te kunnen genieten, zal men minstens één jaar gewerkt moeten hebben in de laatste drie jaar. Elke bijkomende periode van vier maanden werk geeft recht op een bijkomende maand uitkeringen tot in totaal maximaal 24 maanden.
Voor werkzoekenden ouder dan 55 jaar met minstens 30 jaar beroepsverleden geldt de beperking niet. Het vereiste beroepsverleden wordt vanaf 2026 elk jaar met een jaar verhoogd, tot er vanaf 2030 een voorwaarde van 35 jaar beroepsverleden zal zijn.
Werklozen die vóór 1 januari 2026 zijn gestart met een opleiding in een knelpuntberoep en die zijn vrijgesteld van de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, kunnen het recht op uitkeringen voor de duur van de opleiding en voor zover de vrijstelling tijdens de opleiding toegekend blijft, behouden.