Studenten mogen vanaf dit jaar jaarlijks 650 uur studentenarbeid verrichten aan voordelig RSZ-tarief. Maar zelfs ondanks die verhoging zien we veel studenten wier saldo al bijna opgebruikt is. Om te weten hoeveel uren uw student nog over heeft, kan u het "contingent" raadplegen op studentatwork.be of in de tool Burgergegevens raadplegen. En wat als zij toch meer werken?
Twee manieren om het saldo te raadplegen
Om het studentencontingent te raadplegen bestaan er sinds kort twee opties. Via studentatwork kan de student een attest opvragen met de meest recente stand van zaken. Zelf kan u dit niet van de website halen. Met de code die op het attest staat, hebt u wel gedurende een bepaalde tijd toegang tot de gegevens.
Sinds dit jaar bestaat er ook een tweede manier om het contingent van uw studenten op te vragen. Ook voor de toepassing “Burgergegevens raadplegen” hebt u eerst de toestemming van de student nodig. Dat kan door een QR-code te scannen.
Waarom het saldo opvragen?
Het is belangrijk om het saldo van het studentencontingent te kennen en vermits ook de uren die de student bij andere werkgevers hierin meetellen, zal u hier niet altijd een duidelijk overzicht van hebben. Blijken de uren van het contingent uitgeput, dan betekent dat niet dat uw student niet meer kan werken, hij wordt wel bijna dubbel zo duur. De solidariteitsbijdrage is immers enkel van toepassing op de eerste 650 uren die in Dimona worden aangegeven met werknemerstype 'STU'. Vanaf het 651ste uur betaalt u niet langer de gunstige 5,42% sociale bijdrage, maar een dikke 30%. Daarbovenop zal u ook vakantiegeld en eindejaarspremie moeten betalen. Ook mag u niet langer het verlaagde baremaloon (min twee categorieën) of het verlaagde barema voor minderjarigen toepassen.
Gevolgen voor de student
De student zelf zal ook heel wat meer RSZ moeten betalen, 13,07% in plaats van 2,71%. Kinderbijslag en de fiscale gevolgen staan in principe los van het contingent, maar worden bepaald door het totaal aantal gewerkte dagen of de inkomsten van de student. Dit heeft verder geen impact op de kosten voor u als werkgever.
Wat als de 650 uren op zijn?
Een student buiten contingent blijft gek genoeg wel zijn studentenstatuut als werknemer behouden. Men spreekt in dat geval vaak van een “werkstudent”, al is dat geen officiële juridische term en worden beide begrippen soms ook als synoniem gebruikt. Hogescholen en universiteiten gebruiken de term dan weer vaak om te verwijzen naar studenten die studie en werk combineren. Ook als zijn uren op zijn, blijft u de student gewoon met een (schriftelijke!) studentenovereenkomst tewerkstellen en als “STU” in dimona aangeven. Uw sociaal secretariaat zorgt voor de correcte berekening.
In de horeca
In de horeca bestaat ook de mogelijkheid om een student na of naast zijn 650 studentenuren nog 50 dagen als gelegenheidswerknemer (“EXT”) tewerk te stellen. Dat is iets goedkoper, maar de student zal in eerste instantie ook meer bedrijfsvoorheffing betalen dan als student buiten contingent. Bovendien kent het statuut van extra dan weer zijn eigen regels. Zo mag een gelegenheidswerknemer nooit meer dan twee dagen na elkaar werken